Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 24-01-2019

Huis

betekenis & definitie

Huis - (astrologie). De 12 hemelsche huizen zijn de teekens van den Dierenriem (vakken van 30° van de Ekliptika). Zij zijn onafhankelijk van de plaats van waarneming. De 12 aardsche of mundane huizen zijn 12 ongelijke vakken van de Ekliptika, die voor elke waarnemingsplaats volgens verschillende voorschriften (Campanus, Regiomontanus, Placidus) zoo geconstrueerd worden, dat er steeds 6 boven den horizon zijn, en wel 3 ten O. en 3 ten W. van den meridiaan ; de h. worden van het punt, waar de Ekliptika aan den O. hemel boven den horizon komt (Ascendant), uit geteld in een richting tegengesteld aan die der hemeldraaiïng: de h. I—VI zijn derhalve onder, de h. VII—XII boven den horizon.

De grenzen der aardsche huizen heeten de horens. De horens van het 1ste, 7de en 10de huis heeten Ascendant (rijzende punt der Ekliptika), Descendant (dalende punt der Ekliptika) en Midhemel; zij zijn resp. in het O. en W. en Z. te vinden.