Goed betekenis & definitie

Goed - is een waarde-praedicaat, dat een begeeren en willen veronderstelt. In wijderen zin heet „goed” alles, wat is, zooals men het begeert, alles wat aan een doel beantwoordt, het aangename en nuttige (goede wijn, een goed mes, een goed timmerman). In engeren zin is goed = zedelijk goed en wordt het woord gebruikt om die handelingen en gezindheden aan te duiden, die zijn, zooals zij behooren te zijn. Kant zegt terecht: „men kan nergens in de wereld, ja ook buiten de wereld iets denken, wat voor onbeperkt goed zou kunnen gehouden worden, dan alleen een goede wil”.

Geestelijke talenten en karaktereigenschappen (b.v. zelfbeheersching, matigheid) kunnen evenals de geluksgoederen (rijkdom, gezondheid) in vele opzichten goed en wenschelijk zijn. Maar er kan een zeer verkeerd gebruik van gemaakt worden, als zij niet door een goeden wil bestuurd worden. Een mensch is goed voorzoover hij in zijn handelen geleid wordt door het zedelijk gebod (het plichtsbesef). Daaruit volgt, dat men geen empirisch gegeven mensch in strengen zin goed noemen kan. Beroemd is de vraag naar „het hoogste goed”, datgene, welks waarde het hoogst geschat wordt, wat alleen om zijns zelfs wil (niet ter wille van iets anders) nagestreefd wordt. Vele oudere en nieuwere wijsgeeren nemen als zoodanig aan: het geluk (eudaimonia, vandaar de naam: eudaemonisme), anderen: de deugd of de zedelijke goedheid, waarmee echter meestal de voorstelling verbonden wordt, dat in haar een met niets te vergelijken zaligheid ligt.