2019-12-14

Goed

Heel ruwweg de eigenschap of karakterisering van een zaak die haar aanbevelens- of prijzenswaardig maakt. Sinds Aristoteles en zijn middeleeuwse volgelingen ‘goed’ niet in het schema der categorieËN opnamen behalve door het in alle categorieën toepasselijk te verklaren (zie zijn over transcendentalia), heeft het door zijn vele betekenissen vele filosofen in verlegenheid gebracht. Wat hebben de volgende uitdrukkingen gemeen? ‘Goed ding’, ‘goed mens’ (zoals gebruikt door predikanten...

2019-12-14

goed

goed - Bijvoeglijk naamwoord 1. kwaliteit bezittend Wat een goed stuk om te lezen! goed - Zelfstandignaamwoord 1. iets concreets of abstracts dat men in bezit kan hebben Gezondheid is een groot goed. goed - Bijwoord 1. op goede wijze Goed gedaan! 2. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord

  • 2019-12-14

    Goed

    Zowel zaak als vermogensrecht.

    2019-12-14

    goed

    Juridische verzamelnaam voor alle zaken en vermogensrechten.

    2019-12-14

    goed

    Een tastbaar product, zoals een brood.

    2019-12-14

    goed

    1. Hoog. Verkorting van: goed voor de rest van de slagen. Bijvoorbeeld gezegd van de dummy waarin alleen nog maar hoge kaarten liggen. 2. Technisch of tactisch juist (van een speelwijze of bieding). Zie ook: fout; goed doen; goede hand; goed zitten; slecht zitten; verkeerd zitten

    2019-12-14

    Goed

    Een goed is een zaak of een vermogensrecht .

    2019-12-14

    Goed

    1. GOED, bn. bw. (beter, best), (van personen) zoodanig zijnde als men kan verlangen een goed huisvader; een goed zoon; hij is een goed ruiter; weder goede vrienden worden, zich met elkaar verzoenen; — (spr.) een goede buur is beter dan een verre vriend, men heeft meer dienst van een bereidwilligen buurman dan van een bloedverwant die te ver weg is om spoedig te kunnen helpen; — (Zuidn.) goed is wél, maar beter wint; — de knaap kan met het leeren van talen niet overweg, maar in de wiskund...

    2019-12-14

    goed

    goed - zelfstandig naamwoord 1. spullen of bezittingen ♢ de spoorwegen vervoeren allerlei goederen 1. gestolen goed gedijt niet [wat je gestolen hebt brengt je ongeluk] 2. have en goed verliezen [al zijn bezit] 3. onroerend goed

  • 2019-12-14

    Goed

    Goed - is een waarde-praedicaat, dat een begeeren en willen veronderstelt. In wijderen zin heet „goed” alles, wat is, zooals men het begeert, alles wat aan een doel beantwoordt, het aangename en nuttige (goede wijn, een goed mes, een goed timmerman). In engeren zin is goed = zedelijk goed en wordt het woord gebruikt om die handelingen en gezindheden aan te duiden, die zijn, zooals zij behooren te zijn. Kant zegt terecht: „men kan nergens in de wereld, ja ook buiten de wereld iets denken, w...

    2019-12-14

    Goed

    Goed noemt men uit een wijsgeerig oogpunt alles wat, tot een bepaald doel gebezigd, de gewenschte werking heeft. Immers de waarde der dingen is afhankelijk van hunne doelmatigheid Het hoogste doel, door de rede als zoodanig erkend, is het onderwerp der zedeleer. Al wat geschikt is, om dit doel te bereiken, bestempelen wij met den naam van goed, — en al wat wij geschikt achten om oogmerken van minder groot belang te bereiken, heeten wij betrekkelijk goed. Immers rijkdom, beschaving, voorspoed k...

    2019-12-14

    Goed

    Goed - lesbo of homo, ironische omkering van verkeerd. Ook van de goede kant.

    2019-12-14

    Goed

    zie Have.

    2019-12-14

    goed

    Voor de vloek mijn goeie God (nog aan toe), die irritatie, verwondering, teleurstelling, verontwaardiging e.d. uitdrukt, zie men onder God. Voor goeie genade, grut en hemel(tje) zie men die trefwoorden.