Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 13-12-2018

Dienst

betekenis & definitie

Dienst, 1) Nut (b.v. in: van dienst zijn).

— 2) Arbeid ten behoeve van een ander. Zoo spreekt men van huur en verhuur van diensten. Zoo ook van persoonlijke diensten, zulks veelal in tegenstelling met arbeid voor een ander in eenig bedrijf.

— 3) De verplichting om voor een ander te arbeiden en aan dezen te gehoorzamen: in dienst zijn, militaire dienst, heerediensten, godsdienst.

— 4) Godsdienstoefening.

— 5) Afdeeling van administratie (dienst der posterijen), tak van dienst.

— 6) Dienstjaar, boekjaar, voornamelijk in de overheidsboekhouding (Fr. exercice), termijn, waartoe zekere uitgaven of inkomsten behooren. Betalingen, in eenig jaar gedaan, kunnen zeer goed tot een ander dienstjaar behooren. (Vergel. art. 31 Instructie Rekenkamer en Wet van 10 Febr. 1844, Stb. 6, tot aanvulling der instructie).