Synoniemen van dienst

2019-11-12

dienst

dienst - Zelfstandignaamwoord 1. een bepaalde vorm van hulpverlening, bijstand, assistentie e.d. Iemand een dienst bewijzen. 2. (beroep) een eenheid voor werktijd, zoals bij ploegendienst Bij een dienst van acht uur of langer beginnen en eindigen de pauzes in de periode gelegen tussen drie uur na aanvang en drie uur voor het einde van de arbeid. 3. (maatschappij) een dienstverlenende ins...

2019-11-12

Dienst

Een dienst is een activiteit die door derden op contractbasis wordt verricht zonder eigendomsoverdracht van goederen.

2019-11-12

dienst

dienst - zelfstandig naamwoord 1. de tijd dat je als soldaat in het leger bent ♢ hij moet volgend jaar in dienst 2. de tijd waarin je moet werken ♢ ik heb vanavond late dienst 1. de dokter heeft geen dienst [werkt vandaag niet] 3. het helpen van iemand<...

2019-11-12

dienst

Een niet-tastbaar goed, zoals een bioscoopvoorstelling.

2019-11-12

dienst

Ontastbare en relatief snel vergankelijke activiteit, waarbij tijdens de interactieve consumptie directe behoeftebevrediging centraal staat en er geen materiële bezitsvorming wordt nagestreefd.

2019-11-12

Dienst

de - gaat voor het meisje (vaak met de toevoeging maar het dienstmeisje gaat voor alles):een uitdr. van plichtsbesef, courant onder Nederlandse soldaten, maar niet door hen uit-gedacht. Misschien gemodelleerd naar Engels business before pleasure,een formule die al in de 17de eeuw voorkomt. Bij ons vooral door journalisten gepersifleerd. Ook wel dezakengaan/ het werk gaat voor het meisje. ‘Kom,’ zegt ze, ‘ik ga weer voort. Want ik hou je maar van je werk af, Masereeuw.’ De schipper knikt...

2019-11-12

dienst

(de; -en) AL - (zonder dat van ondergeschiktheid sprake is) wat men ten behoeve, ten nutte van iem. verricht. • Een renner kan in dienst rijden van de eigen ploeg of kopman, maar soms ook voor een renner van een andere ploeg, die (tijdelijk) om tactische redenen moet worden gesteund. (BRUYV)

2019-11-12

Dienst

DIENST, m. het dienen, dienstbaar zijn: in iemands dienst treden, hem als ondergeschikte gaan dienen; iem. in dienst nemen; in dienst van den Staat overgaan; in dienst der waarheid, der liefde, van Gods woord, vgl. ook heerendienst, godsdienst, beeldendienst, loondienst, krijgsdienst, zeedienst, slavendienst, staatsdienst, — (in ’t bijzonder) het dienen als soldaat; hij is in dienst geweest; hij heeft den dienst verlaten, : is uit dienst; dienst nemen voor Indië; — hij heeft twaalf jaren...

2019-11-12

Dienst

Dienst. Productieve dienst, in den zin der staathuishoudkunde, is elke verrigting, elke werkzaamheid, die, ’t zij direct of indirect, der voortbrenging behulpzaam is. Zij bestaat niet alleen in de inspanning van ligchaam en geest van den mensch tot dat einde, maar men spreekt ook van de voortbrengende diensten van het kapitaal en van den grond. Ook de natuur doet diensten aan de voortbrenging. Zij levert de stof en de krachten. De krachten der natuur zijn deels gratis te verkrijgen, deels hebb...

2019-11-12

Dienst

Dienst, 1) Nut (b.v. in: van dienst zijn). — 2) Arbeid ten behoeve van een ander. Zoo spreekt men van huur en verhuur van diensten. Zoo ook van persoonlijke diensten, zulks veelal in tegenstelling met arbeid voor een ander in eenig bedrijf. — 3) De verplichting om voor een ander te arbeiden en aan dezen te gehoorzamen: in dienst zijn, militaire dienst, heerediensten, godsdienst. — 4) Godsdienstoefening. — 5) Afdeeling van administratie (dienst der posterijen), tak van dienst. — 6)...

2019-11-12

Dienst

Werkelijke (Milit. Strafr.). In werkelijken dienst wordt geacht te zijn de vrijwilliger bij de krijgsmacht of de dienstplichtige vanaf het oogenblik, dat hij, opgeroepen of zich aanmeldend, op de plaats van bestemming is aangekomen, totdat hij met groot verlof vertrekt; bovendien: zoolang hij deelneemt aan een militaire oefening of militair onderricht, dan wel eenige andere militaire werkzaamheid verricht; zoolang hij in een militaire strafzaak bij eenig onderzoek betrokken is; zoolang hij unifo...

2019-11-12

Dienst

zie Ambt.