Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

hoofd

betekenis & definitie

hoofd - zelfstandig naamwoord

1. bovenste deel van het lichaam, met ogen, neus, mond, etc.
♢ ik zag het hoofd van Jan boven het hek uit komen
1. veel aan je hoofd hebben
[het druk hebben]
2. het hoofd laten hangen
[de moed opgeven]
3. iets uit je hoofd leren
[het zo leren dat je het kunt herhalen]
4. een dak boven je hoofd hebben
[woonruimte hebben]
5. het hoofd verliezen
[niet meer nadenken]
6. je kon over de hoofden lopen
[het was er erg druk]
7. over het hoofd zien
[niet opmerken]
8. je boven het hoofd groeien
[het wordt je te veel]
9. niet goed bij zijn hoofd zijn
[niet goed wijs zijn]
10. uit je hoofd laten
[niet doen]
11. voor het hoofd stoten
[iets doen waarmee je iemand beledigt]
12. de hand boven het hoofd houden
[beschermen]
13. het hoofd bieden
[een probleem oplossen]
14. je hoofd er niet bij kunnen houden
[niet goed kunnen nadenken]
15. iets het hoofd bieden
[je ertegen verzetten]
16. het hoofd stoten
[er wordt je iets geweigerd]
17. het hoofd in de schoot leggen
[de moed verliezen]
18. iemand hoofd eisen
[eisen dat hij aftreedt]
19. daar durf ik mijn hoofd onder te verwedden
[daar ben ik heel zeker van]
20. het hoofd neerleggen
[doodgaan, sterven]
21. het hoofd boven water houden
[maar net genoeg geld hebben om van te leven]
22. mijn hoofd staat er niet naar
[ik ben er niet voor in de stemming]
23. het hoofd op hol brengen
[héél enthousiast of verliefd maken]
24. er je hoofd over breken
[er diep over nadenken]
25. het hoofd van de tafel
[een van de korte zijden]
26. wat anders aan je hoofd hebben
[belangrijker zorgen hebben]
27. boter op je hoofd hebben
[ook schuldig zijn]
28. er hangt hem iets boven het hoofd
[er gaat iets (bijzonders/vervelends) met hem gebeuren]
29. er een hard (zwaar) hoofd in hebben
[er niet in geloven dat het goed gaat]
2. wie de leiding heeft
♢ wie is het hoofd van de afdeling?
1. schoolhoofd
[wie de leiding heeft op school]

Zelfstandig naamwoord: hoofd
het hoofd
de hoofden
het hoofdje

Synoniemen
bol, hersens, kop