lichaam - zelfstandig naamwoord
uitspraak: li-chaam
1. geheel van botten, organen, spieren waaruit een mens bestaat
♢ haar hele lichaam deed pijn
2. middelste deel van een mens
♢ je armen en benen zitten vast aan je lichaam
Algemene uitdrukkingen:
1. een hemellichaam
[een ster of planeet]
Zelfstandig naamwoord: li-chaam
het lichaam
de lichamen
het lichaampje
Synoniemen
bast, body, corpus, flikker, lijf, mieter, romp
Tegenstellingen
geest, psyche, ziel
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.