deel betekenis & definitie

deel - zelfstandig naamwoord

1. wat kleiner is dan het totaal
je krijgt ook een deel van de winst
1. de edele delen
[geslachtsorganen]
2. ten dele
[gedeeltelijk]
3. ergens deel van uitmaken
[erbij horen]
4. de vitale delen
[die nodig zijn voor het goed functioneren van het lichaam]

Zelfstandig naamwoord: deel
het deel
de delen
het deeltje

Synoniemen
bestanddeel, brok, component, element, gedeelte, lid, onderdeel, part, segment, smaldeel, stuk

Tegenstellingen
heel, totaal, voluit