Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

ogen

betekenis & definitie

ogen - regelmatig werkwoord
uitspraak: o-gen

1. een bepaald uiterlijk hebben
hij oogt nog erg jong

Regelmatig werkwoord: o-gen
ik oog
jij/u oogt
hij/zij oogt
wij/zij/jullie ogen
ik/jij/u/hij/zij oogde
wij/zij/jullie oogden
hij heeft geoogd
ogend, ogende

Synoniemen
eruitzien