Wat is de betekenis van hoofd?

2020
2021-11-29
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

hoofd

(1938) (schol.) hoofd van de school. Vgl. Eng. the head. • Het resultaat was dat Meneer Petri, die brave man, mij in zijn klas nam en dat ik toen door geen schoolmeester meer geranseld ben. Dit hoofd was een uiterst vriendelijk en humaan man, die mij als het nodig was, streng maar rechtschapen den weg wees en later veel plezier had in de zonde...

Lees verder
2019
2021-11-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

hoofd

hoofd - Zelfstandignaamwoord 1. (anatomie) een belangrijk lichaamsdeel, helemaal bovenaan het lichaam, waarin zich de hersenen en de meeste zintuigen bevinden Vroeger werden misdadigers van het hoofd ontdaan. 2. het hoogste of het voorste deel Aan het hoofd...

Lees verder
2018
2021-11-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

hoofd

hoofd - zelfstandig naamwoord 1. bovenste deel van het lichaam, met ogen, neus, mond, etc. ♢ ik zag het hoofd van Jan boven het hek uit komen 1. veel aan je hoofd hebben [het druk hebben] ...

Lees verder
1998
2021-11-29
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Hoofd

1. een - als een (afgetrapte) gymschoen,zie een kop als een gymschoen hebben. 2. het - en de benen,wielercliché voor de succesvolle combinatie van intelligentie en spierkracht. In 1898 publiceerde de oprichter van de Tour de France, de Fransman Henri Des- grange, zij n beroemde boek La tête et les jambes, misschien een verwijzing naar de Provengaal...

Lees verder
1997
2021-11-29
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

hoofd

Reeds in het Vroegmiddelnederlands zwoer men bi dijns selfs hoefde ‘bij je eigen hoofd’. In de oorspronkelijke eedformule bij Gods hoofd worden God en diens hoofd tot getuigen aangeroepen dat men de waarheid spreekt. Het ijdel gebruik van de formule maakt haar tot een vloek, die alleen aangetroffen is in de v...

Lees verder
1990
2021-11-29
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

hoofd

hoofd - De bovenste lichaamsdelen van mens of dier die de mond of bek, zintuiglijke organen zoals ogen, neus en oren, en de hersenen bevatten; gewoonlijk door een nek of hals gescheiden of anderszins te onderscheiden van de rest van het lichaam.

1982
2021-11-29
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

HOOFD

Waterbouwkundig kunstwerk ter bescherming van dijken, duinen, oevers en stranden en/of ter beveiliging van havens. Men onderscheidt: stenen hoofden, strandhoofden, paalhoofden, stakethoofden en havenhoofden al naar gelang het doel waarvoor ze zijn aangelegd en de aard van het materiaal waaruit ze zijn opgebouwd. Het type Zeeuwse strandhoofd werd oo...

Lees verder
1977
2021-11-29
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

hoofd

hoofd - de eikel van de penis. Het hoofd (van het lid) heeft zo’n teder en licht-gevoelig vlees, Eros’ L. 81 [ 18e e.].

1958
2021-11-29
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

HOOFD

(Fr.: haed). Paalwerk of stenen dam ongeveer loodrecht op de kust. Dient om zeestromingen op een afstand te houden, om verdieping van het strand te voorkomen en aanslibbing voor de dijk te bevorderen. Naam ook bij bruggen (frontmuur) en sluizen (binnen- en buiten-H.).

Lees verder
1954
2021-11-29
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Hoofd

cefale, caput, cranium, het deel van het lichaam dat de hersenen, de voornaamste zintuigen en de ingang van ademhalings- en spijsverteringsorganen bevat.

1954
2021-11-29
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Hoofd

In tegenstelling met andere diersoorten spreekt men bij een paard van h.

1952
2021-11-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Hoofd

s.n.; (lichaamsdeel), holle; (leider) haed (it); — der school, skoallehaed (it), boppemaster; (golfbreker), haed (it); niet goed bij hetzijn, net goed mei de holle wêze, net alto-alto, net al to tige wêze; hij is niet goed bij het —, syn breinkas is yn 'e war, it...

Lees verder
1950
2021-11-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Hoofd

o. (-en), 1. het bovenste deel van het menselijk lichaam, welks geraamte de schedel is en dat dooide hals met de romp is verbonden: een groot, een klein, een dik hoofd;wat heeft hij een ogen in zijn hoofd, welke sprekende, vurige ogen; — iem. van het hoofd tot de voeten opnemen (of bekijken), hem nauwkeurig...

Lees verder
1937
2021-11-29
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

hoofd

o. -en; 1. het bovenste deel van ’s mensen lichaam, ook van enkele dieren: een rond hoofd, een dik hoofd, een kaal hoofd; iem. het hoofd afslaan; het hoofd ontbloten, zijn hoed enz. afnemen; het hoofd schudden; zie waterhoofd, zwijnshoofd; verg. kop: de kop van een paard heet ook hoofd; (als maat) hij is een hoofd groter; 2. denkvermogen, ver...

Lees verder
1921
2021-11-29
Levende taal

T. Pluim - 1921

Hoofd

Ook aan dit voornaam lichaamsdeel zijn vele uitdrukkingen ontleend. Het hoofd in den schoot leggen: zich onderwerpen, berusten in iets; versta: het hoofd in den schoot van den overwinnaar leggen, zooals vroeger bij onderwerping gewoonte was. Iemand het hoofd bieden: weerstand bieden, ontleend aan de houding van een vechtenden bok. De hoofden bij el...

Lees verder
1916
2021-11-29
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Hoofd

Hoofd - het bovenste, op den hals rustende gedeelte van het lichaam. Men kan aan het hoofd, evenals aan den schedel, een hersengedeelte en een aangezichtsgedeelte onderscheiden. Het eerste is een eivormig gebied, dat grootendeels met het hoofdhaar bedekt is, het tweede is het aangezicht. Dit laatste gedeelte onderscheidt zich bij den mensch van het...

Lees verder
1910
2021-11-29
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Hoofd

Hoofd - (boekh.) opschrift boven een rekening; ook de rekening zelf.

1898
2021-11-29
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Hoofd

zie Dam.

1870
2021-11-29
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Hoofd

Hoofd (Het), ’s Menschen ligchaam is verdeeld in het hoofd, den romp en de ledematen (zie Geraamte). Tot het hoofd behooren het oor het oog, de neus en de mond (zie onder deze woorden), de zetels van even zoovele belangrijke zintuigen. Het grootste gedeelte van het hoofd wordt ingenomen door de hersenen (zie aldaar), terwijl men omtrent de verschil...

Lees verder