Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

duivel

betekenis & definitie

duivel - zelfstandig naamwoord
uitspraak: dui-vel

1. het kwaad, voorgesteld als een mannetje met horens
♢ de duivel kan ervoor zorgen dat je in de hel terechtkomt
1. als je van de duivel spreekt, trap je op z'n staart
[net als je het over iemand hebt, komt hij binnen]
2. voor de duivel niet bang
[nergens bang voor]
3. te stom om voor de duvel te dansen
[erg stom]
4. als een duveltje uit een doosje
[heel onverwacht]
5. des duivels zijn
[heel woedend]

Zelfstandig naamwoord: dui-vel
de duivel
de duivels
het duiveltje

Synoniemen
satan