dat betekenis & definitie

dat - voornaamwoord, voegwoord

1. geeft aan dat het wat verder bij de spreker vandaan is
dit boek vind ik mooi, maar dat niet
2. waarmee je verwijst
♢ het hondje dat aan kwam lopen, moet hier weg
1. in dat geval kom ik lopen
[als dat zo is, kom ik lopen]
2. dat spreek vanzelf
[natuurlijk!]
3. dat treft!
[het komt goed uit]
4. ik ga mee, dat wil zeggen als Jan meegaat
[als Jan meegaat ga ik ook]
3. waarmee je twee zinnen verbindt
♢ ik ben blij dat je morgen weer komt

Voornaamwoord: dat
Voegwoord: dat

Synoniemen
zulks

Tegenstellingen
dit