dan betekenis & definitie

dan - bijwoord, voegwoord

1. na dat andere
eerst tanden poetsen en dan naar bed
2. op die tijd
♢ tot vanmiddag, dan praten we verder!
1. tot dan!
[tot op de afgesproken tijd]
3. in een vergelijking
♢ mijn broer is groter dan mijn zus

Algemene uitdrukkingen:
1. vooruit dan maar
[ik vind het wel goed]
2. en wat dan nog?
[wat maakt het uit?]
3. doe dan ook je best!
[doe toch je best!]
4. zij schrijft nu en dan
[soms]
Bijwoord: dan
Voegwoord: dan

Synoniemen
daarna, hierop, nadien, toen, verder, vervolgens, voorts