Arbitrage betekenis & definitie

Arbitrage - 1° (Ned. Recht) het beslissen van geschillen door scheidsmannen (arbiters), dit zijn door partijen gekozen leekenrechters. De overeenkomst, waarbij men een bepaald geschil aan a. onderwerpt (compromis), moet schriftelijk worden aangegaan (acte van compromis). Ook kan men reeds tevoren afspreken te rijzen geschillen aan a. te onderwerpen (arbitraal beding, pactum de compromittende).

Worden partijen het in dit laatste geval niet eens over de keuze der scheidsmannen, dan beslist daarover de rechter. De scheidsmannen spreken recht volgens de wet, tenzij partijen zijn overeengekomen, dat zij „als goede mannen naar billijkheid oordeelen”. Hun uitspraak is bindend, en kan evenals een rechterlijk vonnis worden ten uitvoer gelegd uit kracht van een bevelschrift van den president der rechtbank. Hooger beroep is alleen toegelaten, indien partijen zich dit bij de acte van compromis hebben voorbehouden. Vernietiging van de arbitrage-uitspraak, door den rechter, is mogelijk in de gevallen genoemd in art. 649 W.v.B.R. Witteman.

2° (Belg. Wetg.). Zooals in Nederland hebben particulieren het recht hun geschillen van privaatrechtelijken aard door a. te laten beslissen. Een geschrift is alleen vereischt ad probationem. Niettegenstaande art. 1006 W. v. B. R. wordt het arbitraal beding in overeenkomsten door de rechtspraak als geldig aanvaard (anders in Frankrijk). Voor wat aangaat de bevoegdheid van de arbiters en het ten uitvoer leggen van hun uitspraak, gelden dezelfde bepalingen als in Nederland (art. 3019—1021 W. v. B. R.). In bepaalde voorwaarden kan de uitspraak, op verzet, vernietigd worden door den voorzitter van de rechtbank (art. 1028). Beroep is steeds toegelaten (art. 1010 W. v. B. R.).

Van a. en van de a.-clausule wordt ruim gebruik gemaakt, vooral in den groothandel (granen, hout, olie enz.) te Antwerpen. V. Dievoet 3° Arbitrage in arbeidsaangelegenheden: scheidsrechterlijke uitspraak ter beslechting van arbeidsgeschillen. Is in velerlei vorm denkbaar. Het verst gaat a) de verplichte arbitrage, het stelsel, waarbij staking en uitsluiting verboden zijn en de arbeidsvoorwaarden van overheidswege worden opgelegd. Na de mislukking in Australië en Nieuw-Zeeland vindt dit stelsel nog slechts weinig verdedigers. Minder ver gaat b) het stelsel, waarbij slechts staking zonder voorafgaande a. verboden is. De resultaten van dit het eerst in Canada toegepaste systeem zijn minder ongunstig dan die der verplichte a.

Ten derde kan c) arbitrage geheel vrijwillig door partijen worden aanvaard. Dit vrijwilligheidsbeginsel werd o.a. ook toegepast in Aalberse’s Arbeidsgeschillenwet. Beaufort 4° Bij uitvoering van werken. Wanneer tusschen den opdrachtgever of de directie en den uitvoerder of aannemer van een werk een geschil rijst ten aanzien van de uitvoering of eenig onderdeel van dat werk, zal in het algemeen door een of meer niet rechtstreeks bij het werk betrokkenen een onderzoek worden ingesteld teneinde uit te maken, welke partij gelijk heeft. Deze personen, arbiters genoemd, oordeelen als goede mannen naar billijkheid en doen een uitspraak bij meerderheid van stemmen.

Voor het beslechten van geschillen bij de uitvoering of het onderhoud van werken onder beheer van het Dept. van Waterstaat zijn in de 3e afdeeling der Algemeene Voorschriften onder art. 10 een aantal bepalingen opgenomen, waarin wordt aangegeven:

a) op welke wijze de toestand, waarin eenig deel van het werk op zeker tijdstip verkeert, moet worden vastgelegd;
b) de procedure volgens welke de aannemer, die zich niet met het standpunt der directie kan vereenigen, het geschil aanhangig kan maken, nl. door een schriftelijke mededeeling en het indienen van een memorie aan het hoofd van den dienst, waarop dit zijn beslissing kenbaar maakt;
c) op welke wijze het geschil wordt onderworpen aan de uitspraak van een Commissie van Advies, indien de aannemer nl. geen genoegen neemt met de vorenbedoelde beslissing;
d) de samenstelling van deze commissie, waarvan een der leden een rechtsgeleerde moet zijn, gekozen door de beide andere door partijen aangewezen leden;
e) de bepalingen aangaande de mogelijkheid tot wraking van de leden der commissie, en f) de wijze waarop het onderzoek door de commissie dient te geschieden.

Voorts wordt nog de procedure aangegeven ten aanzien van de geschillen „op korten termijn”, namelijk die aangaande afkeuring van bouwstoffen of werk en de uitspraak der directie ten aanzien van sommige verrichtingen of leveringen. Ten slotte zijn nog bepalingen opgenomen betreffende de kosten der Commissie van Advies, de voortzetting van het werk en de vernietiging van het advies, welke, na daartoe door een der partijen uitgebrachte dagvaarding, bij rechterlijk gewijsde kan worden uitgesproken.

Behalve de vorengenoemde Commissies van Advies, welke voor elk gerezen geschil afzonderlijk worden benoemd, is door de Ver. van Delftsche Ingenieurs, de Mij tot bevordering der Bouwkunst en den Ned. Aannemersbond ingesteld een Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland, welks zetel gevestigd is te Amsterdam. Deze raad bestaat uit een voorzitter en 45 leden, allen nog in de practijk werkzame ingenieurs, architecten en aannemers, ten gelijke getale van 15 onderscheidenlijk door de constitueerende vereenigingen aangewezen. De berechting der geschillen geschiedt door een scheidsgerecht, bestaande uit 3 leden, die door de geschilhebbende partijen in gemeen overleg uit de leden van den raad worden gekozen. De aldus gekozenen zijn verplicht de benoeming aan te nemen.

De statuten van den raad bevatten bepalingen omtrent de procedure bij beslechting van een geschil. Art. 20 luidt als volgt: „Bij de behandeling der geschillen behoeven geen wetsvoorschriften van formeel en materieel procesrecht te worden in acht genomen. Het scheidsgerecht kan bij het uitbrengen van een voor partijen bindend advies rekening houden met ongezegelde en niet geregistreerde stukken. Het bindend advies wordt op zegel gesteld.” De raad stelt zich ook beschikbaar tot het geven van een uitspraak, een executorialen titel opleverend, in al die gevallen, waarin de wet zulks gedoogt.

P. Bongaerts