Dan betekenis & definitie

Dan - 1°zoon van Jacob, geboren uit de slavin Bala.

2°De stam Dan (Oude Test.) kreeg bij de verdeeling van Canaan het gebied tusschen Ephraïm, Benjamin, Juda en de Middellandsche Zee. Het gelukte den Danieten echter niet, hun geheele gebied te veroveren (Jud. 1.34), zoodat zij zich met de streek rondom Saraä en Esthaol moesten tevreden stellen (Jud. 13.25). Daarom trok een deel der Danieten naar het N. en veroverde de streek van Lesem of Laïs, dat later naar hen den naam Dan ontving (Jos. 19.47; Jud. 18.1-31). Een der voornaamste Danieten was de rechter Samson.

Keulers.

3°De Noordelijkste stad van het Israëlietisch gebied (→ Bersabee). Vóór de bezetting van de stad door den stam van Dan heette zij Lesem (Jos. 19.47) of Laïs (Jud. 18.27), hoewel de naam D. ook in den huidigen tekst van Genesis (14.14) en Deuteronomium (34.1) voorkomt. In den Israëlietischen tijd is D. vooral bekend door het gouden kalf, hier door Jeroboam opgesteld (3 Reg. 12.29 e.a.). Hoogstwaarschijnlijk is D. hetzelfde als Teil el Kadi aan de bron van de Nahr Leddan, een der rivieren, die den Jordaan vormen.

Simons.