Oorlog betekenis & definitie

Oorlogen en geruchten van oorlog, strijd en vijandschap, een dreigende sfeer.

Deze uitdrukking komt uit Matteüs 24:6, ‘Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet’ (NBG-vertaling; vergelijk ook Marcus 13:7; de NBV heeft op beide plaatsen ‘oorlogen en oorlogsdreiging’). Ze staat tussen de gebeurtenissen die het einde der tijden, het Laatste Oordeel, zullen aankondigen. Niet zeer frequent in hedendaags taalgebruik. Opvallend is het enkelvoud oorlog in de aangetroffen citaten, tegenover het meervoudig oorlogen (het tweede in de uitdrukking) in de bijbel.

Bijbelcitaat: Leuvense Bijbel (1548), Matteüs 24:6. Want ghi sult orloghen hooren, ende gheruchten van orloghen. (Statenvertaling (1637): Ende ghy sult hooren van oorlogen, ende geruchten van oorlogen.)

Gebruiksvoorbeeld: [Over de hongerstaking van zgn. witte illegalen:] Temidden van ‘oorlogen en geruchten van oorlog’ waarvan de Bijbel spreekt […] is het einde van de hongerstaking een blijde boodschap. (NRC, 19-12-1998, p. 34)

Gebruiksvoorbeeld: De dorpen zijn verlaten, huizen vliegen in brand, men wordt door de straten gesleurd [...]. Steeds zijn er oorlogen en geruchten van oorlog. (Leidsch Dagblad, 6-2-1986)

Gepubliceerd op 11-05-2017