Simon betekenis & definitie

Simon, Simon de Tovenaar, figuur uit het Nieuwe Testament.

Simonie, het kopen of verkopen van ambten, geestelijke goederen e.d.

Het woord simonie heeft een lange geschiedenis. Het is afkomstig uit het Middeleeuws-Latijnse woord simonia, dat is afgeleid van de persoonsnaam Simon, een naam die gedragen wordt door verschillende personen in het Nieuwe Testament. Het betreft hier echter niet de bekende Simon Petrus, maar de in de Handelingen van de Apostelen optredende Simon de Tovenaar. Hij had gezien wat de apostelen allemaal konden en verlangde ernaar om dezelfde krachten te bezitten: ‘Toen Simon zag dat de mensen door de handoplegging van de apostelen vervuld raakten van de Geest, bood hij Petrus en Johannes geld aan en zei: “Geef ook mij deze macht, zodat iedereen wie ik de handen opleg de heilige Geest ontvangt.” Maar Petrus zei tegen hem: “U zult in het verderf worden gestort, u met uw geld, omdat u denkt te kunnen kopen wat God geschonken heeft”’ (Handelingen 8:18-20, NBV). De term is al heel vroeg ingeburgerd in het Nederlands, maar is nu niet zo bekend meer.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Handelingen 8:18. Doen Simon sach dat doirt opleggen der apostolen die heilige geest ghegheuen waert, zo boot hi hen gelt.

Gebruiksvoorbeeld: In een evocatie van heksenjacht, simonie, pest, oorlog, ver¬drukking en verschrikking, herinneren bepaalde fragmenten aan tonelen uit Bergmans Zevende Zegel. (De Standaard, 16-2-1971)

Gebruiksvoorbeeld: Vaak maken we de gebeurtenissen mee met Arman Venlo, die als student in de psychologie over een en ander zijn eigen opvat¬tingen heeft en instinktmatig zijn neus ophaalt voor alles wat maar enigszins heeft te maken simpelweg met skrupolisiteit of verdwazing of simonie. (Gazet van Antwerpen, 5-1-1978)

Gepubliceerd op 11-05-2017