Ontslapen betekenis & definitie

Ontslapen, sterven.

Ontslapen in de Heer, als gelovige sterven (zie ook Heer).

Het werkwoord ontslapen in de betekenis ‘sterven’ is waarschijnlijk terug te voeren op het gebruik ervan in de bijbel. Vgl. Handelingen 7:60, waar de steniging en dood van Stefanus beschreven staan: ‘En op de knieën vallende, riep hij met luider stem: Here, reken hun deze zonde niet toe! En met deze woorden ontsliep hij’ (NBG-vertaling; in de NBV komt dit woord niet meer voor. Op deze plaats staat daar ‘En na deze woorden stierf hij’). In hedendaags Nederlands wordt de uitdrukking ontslapen in God of de Heer nog gebruikt in de betekenis ‘als gelovige sterven’; zij wordt regelmatig gebruikt in overlijdensberichten.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Handelingen 7:60. Ende als hi dat geseyt hadde, ontsliep hi.

Gebruiksvoorbeeld: Bijna vier maanden geleden werd in Blijdorp in Rotterdam een ijsberen-drieling geboren. Helaas is één van de beertjes op ongelukkige wijze ontslapen, toen moeder IJsbeer zich in haar winterslaap omdraaide. (Journaal, maart 1991)

Gebruiksvoorbeeld: ‘Eindelijk gerechtigheid’, is ongeveer de krachtigste uitspraak die van zijn lippen komt en ‘natrappen’ wil hij helemaal niet, zeker niet naar betrokkenen die al ontslapen zijn. (NRC, feb. 1994)

Gebruiksvoorbeeld: Om de titel van dit artikel te verstaan moet men een beetje onderlegd zijn in de taal van Lodewijk Lenaert De Bo, in Beveren-aan-de-Leie geboren en te Poperinge in de Heer ontslapen. (De Standaard, 3-8-1973)

Gepubliceerd op 11-05-2017