Metusalem betekenis & definitie

Metusalem, zoon van Henoch die 969 jaar oud geworden zou zijn; (fig.) een heel oude man

Zo oud als Metusalem, heel oud.

De oudste mens die in de bijbel wordt genoemd is Metusalem; in jongere vertalingen is zijn naam Metuselach. Genesis 5:25-27, ‘Toen Metuselach 187 jaar was, verwekte hij Lamech. Na de geboorte van Lamech leefde Metuselach nog 782 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. In totaal leefde hij 969 jaar’ (NBV). De vorm van de naam gaat vermoedelijk terug op de Latijnse accusatiefvorm Mathusalam, die in de Middeleeuwse Latijnse bijbel voorkomt maar ook wel in de oudere Nederlandse bijbelvertalingen. De vergelijking met Metusalem wordt tegenwoordig ook m.b.t. voorwerpen getrokken.

Bijbelcitaat: Moerentorfbijbel (1599), Genesis 5:20, 27. Ende Henoch heeft geleeft vijf ende tsestich iaren, ende hy heeft gewonnen Mathusalam. [...] Ende alle de dagen van Mathusala zijn geworden negenhondert negen ende t’sestich iaren.

Gebruiksvoorbeeld: Ik zag terzijde van het middenpad / zijn vader, ouder dan Methusalem. (I. Gerhardt, Verzamelde Gedichten, 1980 (De begrafenis van Gerrit Achterberg, z.j.), p. 435)

Gebruiksvoorbeeld: Hij was amper zeventig nu, doch hij voelde zich oud als Methu¬salem. (A. van der Lugt, De afrekening, 1991, p. 33)

Gebruiksvoorbeeld: het chassis is gegalvaniseerd en moet dus gemakkelijk de leeftijd van Methusalem kunnen bereiken. (NRC, maart 1995)

Gepubliceerd op 11-05-2017