Manna betekenis & definitie

Manna, voedsel dat uit de lucht naar beneden komt vallen; algemener: dat wat naar beneden komt vallen; (fig.) iets dat onverwacht gebeurt of in overvloed komt en in de regel zeer welkom is; geluk; geld.

Toen de Israëlieten door de woestijn trokken en gebrek aan voedsel hadden, liet God iedere ochtend voedsel neerdalen uit de lucht. ‘Toen de dauw opgetrokken was, bleek de woestijn bedekt met een fijn, schilferachtig laagje, alsof er rijp op de aarde lag’ (Exodus 16:14, NBV). Dit wordt in latere bijbelboeken manna genoemd, bijvoorbeeld in Jozua 5:12, ‘Er kwam die dag geen manna meer; de Israëlieten kregen vanaf toen nooit meer manna. Ze aten dat jaar van de opbrengst van de akkers van Kanaän’ (NBV). In Openbaring 2:17 is sprake van een overdrachtelijke betekenis; hier wordt gerefereerd aan geestelijk voedsel: ‘Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal ik van het verborgen manna geven’ (NBV). Manna wordt ook wel brood uit de hemel genoemd. In het hedendaagse Nederlands wordt het woord gebruikt voor (eetbare) zaken die naarbeneden komen vallen, of voor iets dat onverwacht gebeurt maar zeer welkom is, en daarom ook: geld, geluk.

Bijbelcitaat: Rijmbijbel (1271), v. 4327-31. Ghene dau lach vpt felt. Al omme ende omme hare ghetelt. Dat was cleen corea[n]de[r] ende wit. Ghelijc rime ombesmit. Manna hiet tfolc van ysrahel. (Die dauw lag overal rondom hun tenten op de grond. Het was fijne coriander en wit als verse rijp. Manna noemde het volk van Israël het.)

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Jozua 5:12. Ende dat Manna hielt op, des anderen daechs. (Statenvertaling (1637): het Man i.p.v. dat Manna).

Gebruiksvoorbeeld: De verlaten parkeerplaats is een krakend maar eetbaar tapijt van beukenootjes en tamme kastanjes. ‘Manna’, wijsneus ik, ‘dankzij de storm ligt het eten hier net als humor en poëzie gewoon op straat.’ (NRC, 12-1-1999)

Gebruiksvoorbeeld: [De man die zijn vrouw aan de meeuwen voert:] Kom maar jongens, kom maar! Tast maar flink toe. Hier ligt het manna van twintig jaar ongelukkig huwelijksleven. (J. Wolkers, Alle verhalen, 1981, p. 139)

Gebruiksvoorbeeld: De een na de ander, ook ik, gooit zijn tot vandaag gekoesterde bezit [uit cigarettenpakjes geknipte kaartjes] zomaar de lucht in, en als manna komt het omlaag. (N. Matsier, Gesloten huis, 1995 (1994), p. 42)

Gebruiksvoorbeeld: Voor de sociaal-democraten kwam het CDA-voorstel om de AOW (het levenswerk van Vader Drees) voor vier jaar te bevriezen daarom als manna uit de hemel: een gouden kans om het sociale blazoen weer op te poetsen. (NRC, maart 1994)

Gebruiksvoorbeeld: Heeft geen enkele partijverantwoordelijke zich dan de vraag gesteld waar al dat manna vandaan kwam dat financiële putten vulde en plots van alles mogelijk maakte? (De Standaard, nov. 1995)

Gebruiksvoorbeeld: Ik verwacht echt niet dat het manna voor me uit de hemel zal vallen. [Betekenis: dat ik het geluk in de schoot geworpen zal krijgen, dat ik royaal bedeeld zal worden (in niet-materiële zin)] (Gehoord, jaren ’90)

Gepubliceerd op 11-05-2017