Duisternis betekenis & definitie

De buitenste duisternis, de hel; (fig.) plaats waar men geen leven heeft; verbanningsoord of plaats waar men iets wegstopt.

Deze uitdrukking berust op de voorstelling van de hel als een duistere plaats, verder dan wat dan ook verwijderd van het licht. We vinden haar op verschillende plaatsen in Matteüs, onder andere in hoofstuk 25:30, ‘En werpt de onnutte slaaf uit in de buitenste duisternis. Daar zal het geween zijn en het tandengeknars.’ (NGB-vertaling; de NBV heeft uiterste duisternis.

Bijbelcitaat: Statenvertaling (1637), Matteüs 25:30. Ende den onnutten dienstknecht werpt uyt in de buytenste duysternisse, daer sal weeninge zijn ende knersinge der tanden.

Gebruiksvoorbeeld: Zowat de helft bleef gespaard [bij een oordeel van M. Biesheuvel over zijn boek ‘Het nut van de wereld’]. Maar wat in de buitenste duisternis werd geworpen is zeker geen randwerk. (De Volkskrant, 28-9-1984)

Gebruiksvoorbeeld: [De] premier en mogelijk presidentskandidaat Balladur verwijst deze organen van de Gemeenschap naar de buitenste duisternis van de Europese eenwording. (NRC, dec. 1994)

Gepubliceerd op 11-05-2017