Wat is de betekenis van zwijgen?

2019
2021-05-11
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zwijgen

zwijgen - Werkwoord 1. (inerg) ervan afzien te spreken Door die ernstige belediging zweeg de rest van het personeel even. Uitdrukkingen en gezegden Zwijgen als het graf helemaal niets zeggen en/of totaal niets over iets...

Lees verder
2018
2021-05-11
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zwijgen

zwijgen - onregelmatig werkwoord uitspraak: zwij-gen 1. je stem niet laten horen, niets zeggen ♢ ik praatte de hele tijd, maar Anja zweeg 1. kunnen zwijgen [een geheim kunnen bewaren] ...

Lees verder
1973
2021-05-11
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

zwijgen

I. ww. (zweeg, heeft gezwegen), 1. niet spreken, zijn stem niet laten horen; men moet kunnen horen, zien en —; laat ons hierover (hiervan) er niet (meer) over spreken; kun je ?, een geheim bewaren?; — als het graf, niets van een geheim laten uitlekken; in zeven of in alle talen —; die zwijgt stemt toe, die er niets tegen inbrengt,...

Lees verder
1952
2021-05-11
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Zwijgen

v., swije, swei (swijde), swein (swijd); jin stilhâlde.

1950
2021-05-11
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Zwijgen

I. ww. (zweeg, heeft gezwegen), 1. (onoverg.) niet spreken, zijn stem niet laten horen : hij had uitgesproken en zweeg ; hij heeft de hele avond gezwegen ; hij zwijgt op alles wat ik hem vraag ; men moet kunnen horen, zien en zwijgen ; zwijg! stil 1 zeg geen woord meer ; —laat ons hierover (hiervan) zwijgen, er niet (meer...

Lees verder
1939
2021-05-11
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Zwijgen

Welsprekende wijze van je-mond-houden.

1898
2021-05-11
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZWIJGEN

ZWIJGEN, (zweeg, heeft gezwegen), niet spreken, zijne stem niet laten hooren: hij zwijgt op alles wat ik hem vraag; — zwijg!, stil! zeg geen woord meer: — de redenaar zweeg, hield met spreken op; — laat ons hierover zwijgen, niet spreken; — kunt gij zwijgen, een geheim bewaren?; — zwijgen als het graf, als een mof,...

Lees verder