Wat is de betekenis van zij?

2019
2021-01-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zij

zij - Persoonlijk voornaamwoord 1. 3e persoon enkelvoud vrouwelijk, nominatief Heeft zij dat gezegd of was het haar echtgenoot? 2. 3e persoon meervoud, nominatief Hebben zij dat gedaan of was het de oppositie? zij - Zelfstandignaamwo...

Lees verder
2018
2021-01-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zij

zij - voornaamwoord 1. derde persoon enkelvoud vrouwelijk, of meervoud, subject ♢ gaan Jan en Josien ook mee? Zij wel, maar hij niet Voornaamwoord: zij Synoniemen ze

Lees verder
1977
2021-01-16
Erotisch woordenboek

Geschreven door Hans Heestermans (1977)

zij

zij - in de homotaal voor: hij.

1950
2021-01-16
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Zij

v. (-den), 1. grenslijn van een vlakke figuur: een ruit wordt begrensd door vier gelijke zijden; de zijden van een driehoek; 2. kant, grensvlak van een lichaam: de zes zijden van een dobbelsteen, van een kubus ; een steen op zijn smalle, brede zijde leggen ; de holle, de bolle zijde van een lens ; — vgl. boven-, onder-,...

Lees verder
1898
2021-01-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Zij

Het begrip zij heeft 2 verschillende betekenissen: 1. zij - ZIJ, pers. vnw. derde persoon vrouwelijk enkelvoud; (ook) meervoud van den derden persoon ; — wijfje van eenige diersoorten: is die vogel een hij of eene zij ? 2. zij - ZIJ, v. zie ZIJDE.

Lees verder