Synoniemen van Ziekte

2020-04-06

Ziekte

Ziekte is datgene wat de oorzaak is van het feit dat iemand ziek is. Het is de afwezigheid van gezondheid, een storing van één of meer van de organen. Er zijn heel veel soorten ziekten, variërend van onschuldige aandoeningen tot ernstige en levensbedreigende aandoeningen. Voorbeelden van minder ernstig tot zeer ernstig zijn: verkoudheid, longontsteking, een hartinfarct en kanker. Niet alleen lichamelijke aandoeningen worden onder ziekte geschaard. Ook geestelijke klachten vallen onder de categor...

2020-04-06

Ziekte

In de Nederlandse taal kunnen aan het woord 'ziek' verschillende betekenissen worden gegeven: dit maakt het Nederlandse woord 'ziek' een beperkt begrip. De betekenis van 'ziek zijn' is beter te begrijpen wanneer je naar de Engelse taal kijkt. In het Engels zijn er 3 verschillende woorden voor 'ziek zijn': disease, illness en sickness. Je kunt het begrijpen door een simpele griep in gedachten te nemen. Disease is het pathofysiologische ziek zijn: er is een ziekteverwekker in het lichaam. Ilness d...

2020-04-06

Ziekte

zie ook Engelse ziekte: 1. als de-, erg, ontzettend. Informele uitdr., gebruikt ter intensivering. Vgl. als de nete(n); als depieten. De kapitein knijpt ’em voor die brigges as de ziekte. (A.M. de Jong: Frank van Wezels roemruchte jaren, 1928) Marlous is natuurlijk niet zo dom om de eerlijke dekschalen in de krant van Lex te verpakken, want die geeft af als de ziekte. (Bert Hiddema: Zwart geld, 1983) ... een heel interessante jongen die slecht at, blowde als de ziekte. (Pamela Koevoets: Arme...

2020-04-06

ziekte

Dat iets in je lichaam of in je geest niet goed werkt. Hierdoor wordt je gezondheid vroeg of laat minder. Het woord ‘ziekte’ heeft twee meervoudsvormen: ‘ziektes’ (spreektaal) en ‘ziekten’ (schrijftaal). Dit boek is geschreven, niet gesproken. Toch gebruiken wij hier overal de spreektaalvorm, met een ‘-s’. Dat leest plezieriger voor veel mensen. Kijk ook bij gezondheid.

2020-04-06

ziekte

ziekte - Zelfstandignaamwoord 1. (medisch): een gezondheidsprobleem Deze ziekte is goed te genezen. ziekte - Werkwoord 1. enkelvoud verleden tijd van zieken ♢Ik ziekte ♢Jij ziekte ♢Hij, zij, het ziekte Woordherkomst Afgeleid van ziek met het achtervoegsel -te. Synoniemen aandoening, kwaal Anto...

2020-04-06

ziekte

ziekte - zelfstandig naamwoord uitspraak: ziek-te 1. het lichamelijk niet in orde zijn ♢ de dokters weten niet wat de oorzaak is van zijn ziekte 1. een gezonde ziekte [zwangerschap] 2. vallende ziekte [epilepsie] 3. krijg de ziekte! ...

2020-04-06

Ziekte

Ziekte - een toestand waarin de (geestelijke) gezondheid is verstoord.

2020-04-06

Ziekte

Ziekte (morbus en in het Grieksch nosos of pathos) is volgens het gewone spraakgebruik het tegendeel van gezondheid. Het is moeijelijk van ziekte eene wetenschappelijke bepaling te geven, die haar geheele wezen omvat, — in de eerste plaats, omdat men bij de verschijnselen des levens niet altijd eene naauwkeurige grenslijn kan trekken tusschen den gezonden "en zieken staat, en in de tweede plaats, omdat bij de kwantitatieve afwijkingen van den normalen gezondheidstoestand geen verschil plaats gri...

2020-04-06

ZIEKTE

ZIEKTE, v. (-n), het ziek zijn: besmettelijke, ongeneeslijke, doodelijke ziekte; eene ziekte onder de leden hebben; landziekte, volkziekte, epidemie; vallende ziekte, epilepsie; Engelsche ziekte, zie Engelsch; — ziekte van het vee, van planten.

2020-04-06

Ziekte

Ziekte - een afwijking in den bouw of van de gewone physiologische verrichtingen van één of meer organen. Men kan de ziekten op verschillende wijzen indeelen. Ten eerste onderscheidt men van oudsher chirurgische ziekten, welke uitwendige hulp en mechanische middelen vereischen, en inwendige ziekten, welke door inwendige middelen moeten genezen worden. Van groot belang is het, of een z. al of niet gepaard gaat met koorts en hiernaar verdeelt men de ziekten in koortsachtige en koortsvrije. Een plo...

2020-04-06

ziekte

ziekte - Een toestand van slechte gezondheid, het hebben van een ziekte, aandoening of ander slecht functioneren van de geest of het lichaam.

2020-04-06

ziekte

In de 16de en 17de eeuw kwam de verwensing krijg de razende ziekte! voor. De letterlijke betekenis van die ziekte was ‘krankzinnigheid’. Met de verwensing drukte men woede, minachting en verontwaardiging uit. Wellicht was de betekenis zoveel als ‘barst, rot op’. Andere verwensingen, die wij in De Hunnen [1983] van Jan Cremer en in Polletje Piekhaar [1935] van Willem van Iependaal hebben aangetroffen zijn: krijg de Franse ziekte! ‘de syfi...

2020-04-06

ZIEKTE

is een proces, waardoor het bestaan van de mens in meerdere of mindere mate bedreigd wordt. Door het woord „proces” wordt aangegeven, dat in de ziekte krachten aan het werk zijn, welke een dynamisch karakter aan het gebeuren geven, zulks in tegenstelling tot de „kwaal”,welke van een stationnair op één hoogte blijvende aard is. De kwaal, bijv. bijziendheid, kreupelheid en dergelijke, verandert niet of slechts weinig. Het dynamisch, voortgaand karakter van de...

2020-04-06

Ziekte

Iedere afwijking in het regelmatig beloop der levensuitingen is een ziekte,hetzij de afwijking meer plotseling (acuut) optreedt, hetzij ze een meer slepend (chronisch) verloop heeft. Oogenschijnlijk moge een ziekte zich voordoen als beperkt tot één orgaan, dit is inderdaad slechts schijn; in feite grijpt iedere plaatselijk begonnen afwijking (min of meer herkenbaar) in op het geheel der levensuitingen. Ziekte kan het gevolg zijn van een aangeboren gebrek aan een of meer organen, oo...

2020-04-06

ziekte

v. (-n) 1. Eig. storing in de werking der organen, het ziek zijn: aan een lijden, sterven; een besmettelijke, dodelijke, (on)geneeslijke, slepende -; land-, volksziekte; afwezig wegens -; -n van het vee, van de planten; een der ziel; Engelse -. Gez. de der geleerden, overspanning met uitputting van geheel het gestel of naam van een gedicht van Bilderdijk; een onder de leden hebben, ze bij zich hebben zonder dat ze nog uitgebroken is; vallende -, ziekte waarbij men van tijd tot tijd stuiptrekke...