Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

ziekte

betekenis & definitie

ziekte - zelfstandig naamwoord
uitspraak: ziek-te

1. het lichamelijk niet in orde zijn
♢ de dokters weten niet wat de oorzaak is van zijn ziekte
1. een gezonde ziekte
[zwangerschap]
2. vallende ziekte
[epilepsie]
3. krijg de ziekte!
[grove verwensing]
4. als de ziekte
[verschrikkelijk]
5. ergens de ziekte over in hebben
[ergens de pest over in hebben]
2. iets wat vergeleken wordt met lichamelijk niet in orde zijn
♢ het voortdurend met elkaar in contact willen zijn is een ziekte van deze tijd

Zelfstandig naamwoord: ziek-te
de ziekte
de ziektes of ziekten

Tegenstellingen
gezondheid