Wat is de betekenis van Winst?

2018
2021-01-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

winst

winst - zelfstandig naamwoord 1. bedrag dat je overhoudt na aftrek van de kosten ♢ hoeveel winst heeft dit bedrijf gemaakt? 1. hij verkoopt die kast met winst [hij verdient eraan] ...

Lees verder
2017
2021-01-25
Bijlesnetwerk

Bijlesnetwerk verzorgt bijles in heel Nederland

Winst

Winst van een bedrijf is het positieve verschil tussen omzet en kosten. Een bedrijf zal over het algemeen proberen zoveel mogelijk winst te maken. In het geval van winstmaximalisatie geldt dat er wordt geproduceerd totdat de marginale winst 0 bedraagt. Oftewel: MO = MK. Er is dan maximale winst omdat er over het vorige product nog winst werd gemaak...

Lees verder
2016
2021-01-25
Redactie Ensie

Beleggen begrippen omschreven

Winst

De winst van een onderneming is het positieve verschil tussen de omzet en de kosten van een onderneming. Ondernemingen met aandelen keren een deel van de winst uit aan de aandeelhouders in de vorm van dividend. Ook kan de winst gebruikt worden om de onderneming uit te breiden. Voor aandeelhouders is de winst van een onderneming dus erg belangrijk,...

Lees verder
2005
2021-01-25
Bedrijfseconomie voor het besturen van organisaties

Bedrijfseconomie voor het besturen van organisaties

Winst

Opbrengsten minus kosten.

2003
2021-01-25
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

winst

winst - Vaak gebruikt in plaats van nettowinst: de omzet van een bedrijf minus alle kosten zoals rente, belastingen, afschrijvingen, reorganisatievoorzieningen et cetera.

2003
2021-01-25
De Nederlandse Economie 2003

Geschreven door CBS, 2003

Winst

Het verschil tussen de opbrengsten en de kosten van ondernemingen, exclusief bijzondere baten en lasten. Winst kan worden gedefinieerd vóór en na aftrek van belastingen. De ingehouden winst is gelijk aan de winst na belasting en na winstuitkeringen.

1998
2021-01-25
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Winst

tel uitje deze informele uitdr. wordt vaak ironisch gebruikt m.b.t. een strop of tegenvaller. De onderliggende bet. is dan ook die van ‘wat levert het op; wat houd je er ten slotte aan over’. Op 24 november 1964 bracht de VARA de quiz ‘Tel uitje winst’, gepresenteerd door Theo Eerdmans. Het programma hield driejaar stand (met de populaire quizmaste...

Lees verder
1991
2021-01-25
Management begrippenlijst

Management begrippenlijst

Winst

Het verschil tussen de kosten en opbrengsten van een bepaald goed dat ondernemingsgewijs wordt geproduceerd of verhandeld. Niet op winstuitkering gerichte organisaties, vaak in de vorm van stichtingen, worden non-profits of ook wel not-for-profits genoemd. De laatste tijd slaan de discussies met betrekking tot het winstbegrip ook op not-for-profits...

Lees verder
1973
2021-01-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

winst

v. (-en), verkregen voordeel, opbrengst boven de bestede kosten, wat men wint: iets met — verkopen; de bruto —, het verschil tussen totale opbrengst en totale kosten van een onderneming; de netto —, wat men van de bruto winst overhoudt na aftrek van alle onkosten (m.n. belastingen); voordeel in niet-economische zin: dit is zuivere...

Lees verder
1950
2021-01-25
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Winst

v. (-en), verkregen voordeel, opbrengst boven de bestede kosten, wat men wint: iets met winst verkopen ; die zaak geeft een zuivere winst van 40 gulden in de week ; de rekening van winst en verlies, verrekening van wat men op het een gewannen en op het ander verloren heeft; — de bruto winst, verschil in prijs tussen inkoo...

Lees verder
1949
2021-01-25
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Winst

het (gunstig) verschil tussen de kosten en de opbrengst van een onderneming. Bruto-W. noemt men wel het verschil tussen inkoops- en verkoopsprijs van verhandelde goederen. Netto-W. is dan de bruto-winst, verminderd met alle kosten. Tot deze kosten moet men ook rekenen de afschrijving op kapitaalgoederen, de rente voor eigen kapitaal.

Lees verder
1940
2021-01-25
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Winst

zie: Ondernemerswinst.

1939
2021-01-25
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Winst

Es war einmal.

1933
2021-01-25
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Winst

Dit begrip behoort tot de meest omstreden vraagstukken in de bedrijfseconomie. Zonder meer wordt in den regel als w. beschouwd het verschil tusschen kosten en opbrengst, m.a.w. het saldo tusschen de geldswaarde der kosten in één periode, zooals die op grond van bepaalde prijzen bestaan, en de geldswaarde (opbrengsten) van de prestatie...

Lees verder
1916
2021-01-25
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Winst

Winst - Men onderscheidt deze veelal in bruto en netto w. De eerste is b.v. bij verkoop, van hetgeen men eerst gekocht heeft, eenvoudig het voordeelig verschil tusschen verkoops- en inkoopsprijs. Onder netto w. verstaat men de bruto w., verminderd met gemaakte onkosten, soms ook met uit bedrijfsoogpunt noodzakelijke afschrijvingen en reserveeringen...

Lees verder
1910
2021-01-25
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Winst

Winst - in den striksten zin van het woord eene vermeerdering van goederen, die op een geheel onverwachte althans toevallige wijze verkregen is, zooals: een prijs uit de loterij, het ontdekken van een goud-ader of van een petroleumbron op een eigen land, enz. Nog mag volgens de letter van het woord als winst worden beschouwd alles, wat wel niet geh...

Lees verder
1898
2021-01-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

WINST

WINST, v. (-en), (in hoog. st. WINSTE), het winnen, wat men wint: die zaak geeft eene zuivere winst van 40 gulden in de week; — de bruto winst, verschil in prijs tusschen inkoop en verkoop; — de netto winst, wat men voor iets meer ontvangt dan men in ’t geheel uitgegeven heeft; — de winst bepalen, berekenen; (spr.) eerste...

Lees verder
1898
2021-01-25
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Winst

zie Baat.

1870
2021-01-25
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Winst

Winst noemt men het bedrag, dat de nijverheidsondememer (landbouwer, fabrikant of koopman) overhoudt na aftrek van de kosten, welke hij aan zijne onderneming heeft besteed. Zij is voor hem de regtmatige belooning voor de aanwending van zijn kapitaal, voor het gevaar, waaraan hij dit heeft blootgesteld, en voor zijne inspanning. Het bedrag van de wi...

Lees verder