Wat is de betekenis van Trein?

2022
2022-08-19
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

trein

1) (2005) (politie/ onderwereld) serieverkrachting. Ook wel gangbang of ploegen*. • (Elsevier, 17/12/2005: Van aanlopen tot zwijntjesjager) • (Paul Van Hauwermeiren: Bargoens zakwoordenboek. 2011) • (Paul van Hauwermeiren: Bargoens. Vijf eeuwen geheimtaal van randgroepen in de Lage Landen. 2020) 2) (1977) (wielr.) achter elk...

Lees verder
2019
2022-08-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

trein

trein - Zelfstandignaamwoord 1. (spoorwegen) een rij wagons die door een krachtvoertuig (bijvoorbeeld een locomotief) voortbewogen wordt Er reizen dagelijks veel mensen met de trein. Woordherkomst Ontleend aan het Franse train, dat uiteindelijk teruggaat op het Latijnse werk...

Lees verder
2018
2022-08-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

trein

trein - zelfstandig naamwoord 1. voertuig dat over rails rijdt van het ene station naar het andere ♢ we gaan met de trein naar Amsterdam 1. hem van de trein halen [ophalen als hij aankomt] ...

Lees verder
2017
2022-08-19
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Trein

Trein - het peloton of een groep achterblijvers in bergetappes (vgl. bus en duiven). 'De trein leiden': het peloton aanvoeren. Fr. mener le train. 'De blauwe trein': zie blauw. 'De goede trein pakken, missen': wel of niet in de goede ontsnapping zitten, zich kunnen losmaken van het peloton. Vgl. Fr. prendre (attraper) le bon wagon, se placer dans u...

Lees verder
2016
2022-08-19
Prorail

Begrippenlijst Prorail

Trein

Een trein is een beweging voor het vervoer van reizigers of goederen, of de overbrenging van leeg materieel, met een bepaalde infra inzet volgens een gepland tijdschema. Een trein wordt geïdentificeerd met een treinnummer en t.b.v. de unieke identificatie van het grensverkeer met België aangevuld met twee treinletters. Een trein doorloopt (normalit...

Lees verder
2016
2022-08-19
OVnet

Begrippenlijst spoortermen

Trein

Een trein is materieel of samenstelsel van materieel, bedoeld om als eenheid over het spoor te rijden.

2010
2022-08-19
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

trein

trein: groep achter elkaar rijdende renners, meestal van hetzelfde team.

2009
2022-08-19
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

trein

Wielerpeloton: ‘de trein leiden’. De blauwe trein: benaming voor de koppels in de zesdaagse. Jelle was de proloogspecialist en moest meerijden in de trein voor Van Poppel. (Vrij Nederland, 20/01/1990) Dat treintje - wielerjargon voor renners die vaart maken en de kopman uit de wind houden - bestond bij Quickstep gisteren uit Servais Knaven, Wouter...

Lees verder
2009
2022-08-19
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

trein

(de; -en) 1 - keihard achter elkaar rijdende rij renners van één ploeg, die bv. hun sprinter voor de finishlijn optimaal willen lanceren: een treintje formeren, opzetten. 2 - groep renners, peloton: in de goede trein zitten, meegegaan zijn in de juiste, vaak beslissende ontsnapping.

Lees verder
2004
2022-08-19
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

trein

In de uitdrukking ‘de trein naar Brussel nemen en in Schaarbeek uitstappen’: voor de definitie zie ‘voor het zingen* de kerk uitgaan’.

1999
2022-08-19
Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Trein

Trein - wielerpeloton. De blauwe trein: benaming voor de koppels in de zesdaagse. Jelle was de proloogspecialist en moest meerijden in de trein voor Van Poppel. Vrij Nederland, 20-01-90 knecht; gangmaker voor andere wielrenners. Ik wil ook wel werken voor de ploeg, maar ik ben er niet meer om voor anderen alleen maar trein te spelen. Elsevier, 07...

Lees verder
1998
2022-08-19
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Trein

1. de (goede) - missen, zijn kansen (op succes) missen. In wielerslang echter ‘niet in de goede ontsnapping zitten; zich niet kunnen losmaken van het peloton’. Overigens gebruiken wielrenners de trein wel meer als metafoor: de blauwe trein ‘ben. voor een groep renners in de Europese zesdaagse’; de trein leiden ‘het peloton aanvoeren’. Vanderaerden,...

Lees verder
1997
2022-08-19
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

trein

zie tram.

1980
2022-08-19
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Trein

Het woord trein is al heel oud. Het is het Franse train dat werd overgenomen in de oorspronkelijke betekenis: gang, beweging (être en train is: aan de gang zijn). Dan gaat het woord betekenen: duur, tijdsverloop. In een tekst van 1701 lezen wij over ‘een werck van langen treyn en aessem’. Vervolgens wordt trein gebruikt voor: voor...

Lees verder
1973
2022-08-19
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Trein

m. (-en), 1. combinatie van legereenheden met een tactische opdracht (zgn. gevechtstrein) of een logistieke opdracht (zgn. verzorgingstrein); (België) coll. alle logistieke middelen op de verschillende echelons vanaf de bataljons (zgn. gevechtstrein of veldtrein); 2. spoortrein, een reeks spoorwagens door een locomotief voortgetrokken: zijn t...

Lees verder
1952
2022-08-19
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Trein

s., trein.

1950
2022-08-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Trein

m. (-en), 1. (thans w.g.) stoet, sleep (van mensen), gevolg: de vorst sleepte een trein bedienden mede; de jongeliên, welke den trein aanvoeren (Potgieter); 2. (mil.) al wat een leger nodig heeft om de krijgsbehoeften te vervoeren, tros; 3. (mil.) enige stukken geschut met al wat er toe behoort, meest in samenst., b.v. bele...

Lees verder
1947
2022-08-19
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Trein

heten in het leger de voertuigen- en autocolonnes, met het daarbij behorend personeel, welke dienen tot vervoer van al datgene wat nodig is om de gevechtsvoering en het onderhoud der troepen te velde mogelijk te maken. Eertijds vormden de omvangrijke weinig beweeglijke legertreinen een ernstige belemmering voor een vlotte oorlogvoering. Met het doo...

Lees verder
1937
2022-08-19
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

trein

m. -en, treintje; Fr. train (v. Lat. trahere = trekken): 1. rij, sleep, gevolg: een lange trein van pelgrims; een trein van bedienden; 2. mil. stukken geschut enz. en de bedienende manschappen; ook: legertros: een artillerietrein; een pontontrein, pontonstukken met de pontonniers; een hospitaaltrein; 3. reeks van wagens, voortgetrokken door een loc...

Lees verder
1933
2022-08-19
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Trein

legertros, afdeeling die belast is m/h medevoeren of aanvoeren v. alles, wat het leger te velde noodig heeft.