Wat is de betekenis van treinen?

2020
2022-12-01
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

treinen

reizen per trein. reizen per trein; met de trein reizen; reizen per spoor. Voorbeelden: Wat ik deed noemde ik eenvoudig 'treinen'. Het bestond eruit dat ik een maand lang op alle middagen dat de lessen op school om tien over half één of half twee afgelopen waren, tot kwart voor zes zo vaak mogelijk heen en wee...

Lees verder
2019
2022-12-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

treinen

treinen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord trein

Lees verder
1990
2022-12-01
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

treinen

treinen - Twee of meer treinwagons die aan elkaar zijn bevestigd en als eenheid worden bestuurd.

1900
2022-12-01
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

treinen

Een trein is een samenstel van (meestal rail gebonden) voertuigen, bestaande uit een of meer wagens. In principe is elke reeks wagens een trein, maar meestal denkt men bij een trein aan de spoorwegen. Een losse locomotief is eigenlijk geen trein maar wordt, als hij onderweg is, wel zo genoemd.