Wat is de betekenis van mogen?

2019
2021-01-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

mogen

mogen - Werkwoord 1. (modl) toegestaan zijn Hij mag veel te veel. Wij mochten niet komen. Mogen zij in vrede rusten. 2. (ov) op prijs stellen Ik mag die jongen wel...

Lees verder
2018
2021-01-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

mogen

mogen - onregelmatig werkwoord uitspraak: mo-gen 1. toestemming hebben ♢ik mag vanavond naar de film 2. hem aardig vinden ♢ik mag die leraar wel 3. nodig of wenselijk z...

Lees verder
1998
2021-01-26
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Mogen

het moest niet het zou verboden moeten worden. Modieuze (schertsende) uitdr. In de jaren zeventig in zwang gekomen. Zo is het ook met carnaval op de tv. Als je ernaar kijkt bevangt je de angst dat je naar de hel vaart met Sjakie Schram als Charon. ‘Het moest niet mogen.’ (Gerrit Komrij: Horen, Zien en Zwijgen, 1977)

Lees verder
1997
2021-01-26
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

mogen

In een vroegere fase van het Nederlands bestonden er verwensingen met het werkwoord mogen die uitdrukking gaven aan een bepaalde wens of een verlangen van de spreker. Vaak waren zij elliptisch geconstrueerd. In het wnt vinden wij o.a. (a) “Je meucht de moort” ‘stik de moord’; (b) “Dat mag je de duivel!” &l...

Lees verder
1950
2021-01-26
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Mogen

(mag, mocht, heeft gemoogd), 1. vermogen, tot iets in staat zijn: er zijn mogen, voor den dag kunnen komen, kunnen mededingen; — 2. van iets of iem. houden: zo iets mag ik horen; ik mag wel een grapje; — iem. (iets) mogen lijden ; ik mag hem niet; — denk je dat zo iets kan? het mocht wat, er is g...

Lees verder
1898
2021-01-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Mogen

Mogen (mag, mocht, gemoogd), verlof hebben, vrijheid, het recht hebben om iets te doen: de Eerste Kamer moet eene wet in haar geheel aannemen; zij mag er geen veranderingen in brengen; hij mag doen wat hij wil; wij mogen vandaag uitgaan; ik mag geen spek eten, het is mij verboden; — hier mag niet gerookt worden, het rooken is verboden; &mdas...

Lees verder