Synoniemen van kracht

2020-01-24

kracht

(de; -en) I)SP - fysiek vermogen, sterkte van het lichaam of een deel ervan: explosieve kracht of snelkracht, de mogelijkheid om bij snelle bewegingen een zo groot mogelijke kracht te ontwikkelen; zijn krachten meten met iem. is de essentie van sport, zien wie de sterkste is, met hem strijden. 2 SP - elke oorzaak die in staat is een lichaam te verplaatsen of te vervormen; oorzaak van een vormverandering of van een versnelling, bv. de middelpuntvliedende of zoekende kracht die een atleet bij de w...

2020-01-24

Kracht

Kracht. Bij elke bewegingsverandering van een stoffelijk punt neemt men aan, dat een k. werkzaam is, die steeds werkt in de richting der verandering. Is de beweging rechtlijnig, doch niet eenparig, dan werkt de k. in de richting der beweging. Heeft een stoffelijk punt een eenparige rechtlijnige beweging, dan neemt men aan, dat de beweging haar ontstaan te danken heeft aan de werking eener k. in de richting der beweging. Een k. is een gerichte grootheid; ze kan derhalve door een vector worden voo...

2020-01-24

Kracht

Kracht is in het algemeen elke oorzaak eener werking en men gebruikt dit woord zoowel op stoffelijk als onstoffelijk gebied. De krachten, welke de oorzaken zijn der verschijnselen, vertoonen zich nooit onmiddellijk, maar wij leeren ze kennen uit de wetten, volgens welke verschijnselen van eene bepaalde soort geregeld op elkander volgen of elkander te voorschijn roepen. Daar nu de oorzaken dier reeks van verschijnselen door de wetten harer aaneenschakeling onderling verbonden zijn, zoo is de krac...

2020-01-24

kracht

kracht - Een werking of invloed (zoals een duw of trek) op een vrijstaand lichaam die voornamelijk leidt tot een versnelling van het lichaam en soms tot een elastische deformatie of andere effecten.

2020-01-24

Kracht

Kracht v. (-en), vermogen, sterkte; lichaamskracht van menschen en dieren: hij bezit vooral veel kracht in zijne armen; — zijne krachten nemen met den dag af, hij verzwakt zeer snel; lijders aan verval van krachten; hij is uit zijne kracht gegroeid; zijne krachten komen langzaam terug, van een herstellenden zieke; zijne krachten verspillen; met vereende krachten; zijne krachten meten met iem., zien wie de sterkste is, ook fig. in het spel enz.; behendigheid gaat voor kracht; zijne kracht is ge...

2020-01-24

kracht

De eedformule bij de kracht (van Gods bevel) kon ijdel gebruikt worden en zich vervolgens ontwikkelen tot stopwoord en uitroep van woede en andere frustratie en irritatie. Hetzelfde geldt voor bij Gods heilige krachten, bij Gods kracht en by de hemelsche krachten. Ook komt in de 17de eeuw by myn kracht voor. Deze eedformule, bedoeld om het waarheidsgehalte van iemand of iets kracht bij te zetten, werd tot uitroep. De woordgroep bij gans kracht is een verbasteri...

2020-01-24

kracht

(de; -en) SP 1- fysiek vermogen, sterkte van het lichaam of een deel ervan: hij heeft veel kracht (macht) in zijn benen; explosieve kracht of snelkracht, de mogelijkheid om bij snelle bewegingen een zo groot mogelijke kracht te ontwikkelen; het in het begin van de race op het vlakke stuk met zijn krachten smijten kostte hem tijdens de slotklim de overwinning; zijn krachten meten met iem. is de essentie van sport, zien wie de sterkste is, met hem strijden. 2 - geestelijk en zedelijk vermogen van...

2020-01-24

Kracht

1° Wijsgeerig. Overeenkomstig de inzichten van de Aristotelisch-Thomistische wijsbegeerte is elk werken, dat uitgaat van de stoffelijke dingen, een „actueeren” of tot werkelijkheid brengen van een of anderen aanleg of potentie. Verder ligt, volgens diezelfde philosophie, één der wezenskenmerken van alle zijnswerkelijkheid of actualiteit hierin, dat die werkelijkheid zich zooveel mogelijk tracht mee te deelen. De diepere reden van elk werken of dadig-zijn moet dus ge...

2020-01-24

kracht

kracht - zelfstandig naamwoord 1. hoe sterk het is ♢ ik heb veel kracht in mijn armen 1. in de kracht van je leven [in je beste tijd] 2. met vereende krachten [met zijn allen] 3. uit zijn krachten gegroeid zijn [naar verhou...

2020-01-24

kracht

kracht - Zelfstandignaamwoord 1. (natuurkunde) een uitwendige oorzaak die ongehinderd door andere krachten de bewegingstoestand van een lichaam verandert Volgens Newton is F gelijk aan het product m·a, waarbij F de kracht voorstelt, m de traagheid van het lichaam en a de versnelling van de beweging ervan. 2. geestelijk, zedelijk en fysiek vermogen, zie levenskracht, geestkracht, veerkracht, lichaamskracht etc. 3. werking, werkzaamhei...

2020-01-24

kracht

Aanduiding voor het bezit van hoge kaarten, zowel gezegd van een kleur (bv. hartenkracht) als van een gehele hand.

2019-07-04

Geostrophische kracht

Geostrophische kracht - of component (geologie), ➝ Afwijkende kracht.

2019-04-23

Centripetale kracht

Centripetale kracht - → Middelpuntzoekende kracht.

2019-06-08

middelpuntvliedende kracht

middelpuntvliedende kracht - Kracht die materie van het middelpunt van rotatie wegduwt.

2018-11-15

Centrale Kracht

Centrale Kracht - zie CENTRALE BEWEGING.

2019-01-12

Middelpuntvliedende kracht

Middelpuntvliedende kracht, - zie CENTRIFUGALE KRACHT.

2019-07-04

centripetale kracht

centripetale kracht, - middelpuntzoekende kracht of normale kracht; bij een kromlijnige beweging dat deel van de kracht dat loodrecht op de bewegingsrichting staat, waardoor de baan zich kromt. Als eenvoudigste geval kan gelden een deeltje P dat een eenparige cirkelbeweging beschrijft, b.v. een steen die, vastgebonden aan het uiteinde van een touw, rondgeslingerd wordt. De snelheid v (een vector die steeds gericht is volgens de raaklijn aan de baan) verandert voortdurend van richting, hoewel de...

2019-07-04

centrifugale kracht

centrifugale kracht, - zie centrifugaalkracht.

2019-01-12

Quasiëlastische kracht

Quasiëlastische kracht, - kracht, die zich als een elastische kracht gedraagt, met name evenredig is met de uitwijking uit een zekeren evenwichtsstand. Een dergelijke kracht wordt vaak bij optische en electrische beschouwingen geacht te werken op een uit zijn evenwichtsstand verschoven electron.

2017-11-14

Afstootende kracht

Afstootende kracht noemt men op het gebied der natuurkunde wel eens die, welke tegen aantrekkingskracht over staat. Werkte deze laatste overal onbelemmerd, dan zouden alle ligchamen zich in een vasten toestand vertoonen. Waar deze vast zijn, heeft de aantrekkingskracht de overhand, — bij vloeibare stoffen zijn de aantrekkings- en afstootende kracht in evenwigt, — terwijl bij gasvormige stoffen de afstootende kracht, den boventoon heeft.