Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 04-12-2017

2017-12-04

kracht

betekenis & definitie

kracht - Zelfstandignaamwoord
1. (natuurkunde) een uitwendige oorzaak die ongehinderd door andere krachten de bewegingstoestand van een lichaam verandert
Volgens Newton is F gelijk aan het product m·a, waarbij F de kracht voorstelt, m de traagheid van het lichaam en a de versnelling van de beweging ervan.
2. geestelijk, zedelijk en fysiek vermogen, zie levenskracht, geestkracht, veerkracht, lichaamskracht etc.
3. werking, werkzaamheid
de kracht van dit instrument om de economie bij te sturen is dus groot
4. factor die invloed uitoefent, macht, vermogen
Wij stellen vertrouwen in de kracht van de burgers om hun eigen leefomgeving in te vullen.
5. werknemer, mankracht
Wij hebben de komende jaren meer leerkrachten nodig

Verwante begrippen
macht, moed, pit, sterkte, stevigheid