Wat is de betekenis van Koesteren?

2019
2021-07-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

koesteren

koesteren - Werkwoord 1. (ov) iets geliefds nauw aan het hart houden Hij koesterde zijn geliefde op innige wijze.

Lees verder
2018
2021-07-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

koesteren

koesteren - regelmatig werkwoord uitspraak: koes-te-ren 1. met liefde behandelen ♢ een moeder koestert haar kind 2. lange tijd hebben ♢ hij koesterde het verlangen om weer naar school te gaan...

Lees verder
2016
2021-07-29
Bas van Setten

Journalist, Filmmaker & amateur Fotograaf

Koesteren

Iets koesteren betekent ergens heel zorgzaam mee omgaan, waar iemand een emotionele band mee voelt. Zowel personen als andere organismen, denk aan dieren en planten, als producten kunnen gekoesterd worden. Men koestert pas iets als het een emotionele waarde heeft. Denk bijvoorbeeld aan een speciaal object uit een erfenis, een foto van een bijzonder...

Lees verder
1973
2021-07-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

koesteren

(koesterde, heeft gekoesterd), (overg.) 1.levenwekkende, weldadige warmte geven aan, verwarmen: de zon koestert het aardrijk met haar stralen; (fig.) koesterende gezelligheid; 2. liefderijk verzorgen, vertroetelen: zij koestert haar kind; 3. opkweken, voeden en onderhouden: een slang aan of in zijn boezem —; (meestal fig.) hoop, liefde, wan...

Lees verder
1952
2021-07-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Koesteren

v., koesterje, opsaeije, heine en fiere; zich —, skoarskje, jin beakerje.

1950
2021-07-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Koesteren

(koesterde, heeft gekoesterd), 1. levenwekkende, weldadige warmte géven aan, verwarmen: de zon koestert het aardrijk met haar stralen; de koesterende stralen der zon; een koesterende warmte; — (fig.) koesterende gezelligheid; 2. liefderijk verzorgen, vertroetelen: zij koestert haar kind; 3. opkweken, voeden en onderhoude...

Lees verder
1921
2021-07-29
Levende taal

T. Pluim - 1921

Koesteren

is een afl. van ’t eerste koets (bed): in ’t bed warm toedekken; bij overdracht: verwarmen, opkweeken, enz.

1898
2021-07-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Koesteren

(koesterde, heeft gekoesterd), verwarmen: de zon koestert het aardrijk met hare stralen; de koesterende stralen der zon; zich bij het vuur, zich in de zon koesteren; — liefderijk verzorgen, verplegen, oppassen: zij koestert haar kind; —(fig.) hoop, wantrouwen koesteren, voeden; — booze gedachten koesteren, hebben; — haat...

Lees verder