Wat is de betekenis van Dik?

2020
2021-01-15
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Dik

Vleivorm uit de kindertaal van verkorte namen met -rijk- 'machtig' (zie -rik-); vergelijk Dick, de Engelse vleivorm van Richard. Het kan ook een vrouwelijke variant van Diede zijn (bijvoorbeeld in Hindeloopen). Zie ook Diederik.

Lees verder
2020
2021-01-15
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

dik

1) (2012) (hiphoppers) goed, leuk, geweldig. • “Ai, man, John heeft een heel dik plan,” zei ik. (Saul van Stapele: Witte panters. 2012) • Er zijn ook bijvoeglijke naamwoorden die in de letterlijke betekenis niet positief zijn, maar in een andere, figuurlijke betekenis wel, bijvoorbeeld dik, dat net als vet betekent d...

Lees verder
2019
2021-01-15
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

dik

dik - Bijvoeglijk naamwoord 1. een naar verhouding grote dwarsdoorsnede hebbend Zij had erg dikke benen. 2. de genoemde dwarsdoorsnede hebbend Dat beestje was een vinger dik. 3. een naar verhouding grote lichaamsomvang hebbend ...

Lees verder
2018
2021-01-15
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

dik

dik - bijvoeglijk naamwoord 1. erg breed of met een grote omvang ♢ mijn zus is de laatste tijd erg dik 1. een dik belegde boterham [met veel beleg] 2. een dikke huid hebben...

Lees verder
2017
2021-01-15
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Dik

Patroniem in onverbogen vorm bij de roepnaam Dik uit Dirk/Diederik. In het Engels is de voornaam Dick overigens bekend als roepnaam bij Richard.

Lees verder
1998
2021-01-15
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Dik

1. - zijn met iemand,erg intiem, bevriend zijn met iemand. Informele uitdr. Is heel dik met Jasperina de Jong. (Nieuwe Revu, 13/08/92) 2. - zitten,onder hedendaagse jongeren een populaire uitdr. voor ‘rustig zitten’. 3. -ke/witteflip,koek en ei: ’t is dikke/witteflip met hem.Een uitdr. die al voorkomt bij Boeken- oogen. Flipheeft hier de bet. ‘kle...

Lees verder
1997
2021-01-15
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

dik

zie Harry, lui, mik, nek, neus, shit, snikkel, tampeloeres, toeter, veter. dikke Of de binnenrijm vertonende verwensing krijg een dikke, gomminikke! meer is dan krijg een stijve pik, gvd! is de vraag. In gomminikke een substituut zien voor penis is, gezien het gebruik van de komma, wat al te gezocht. Daar s...

Lees verder
1964
2021-01-15
voornamen

Voornamenboek

Dik

m/v Vleivorm uit de kindertaal van verkorte namen met -rijk- machtig (zie -rik-); vgl. de Eng. vleivorm van Richard: Dick. Het kan ook een vr. variant van Diede zijn (in Hindeloopen). Zie ook Diederik.

Lees verder
1950
2021-01-15
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Dik

I. bn. en bw. (-ker, -st), 1. waarvan de kleinste der drie gewone afmetingen betrekkelijk groot is: een dikke plank, een dik boek ; een dikke muur, deken ; dik glas ; een dikke laag; dik ijs ; een dikke jas ; — (fig.) een dikke huid hebben, ongevoelig voor verwijten enz.; — bw.: dik gekleed, in dikke of met veel kleren ; — de snee...

Lees verder
1898
2021-01-15
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Dik

Het begrip dik heeft 2 verschillende betekenissen: 1. dik - DIK, bn. en bw. (-ker, -st), waarvan de kleinste der drie gewone afmetingen betrekkelijk groot is eene dikke plank, een dik hoek; een dikke muur, deken; dik glas; eene dikke laag; dik ijs; eene dikke jas; — dik gekleed, in dikke of met veel kleeren; — (fig.) eene dikke huid h...

Lees verder