Wat is de betekenis van Boom?

2022
2022-11-30
vindpunt

Vindpunt.nl

boom

(zelfstandig naamwoord) [alg.] groeigolf, springbloei - Na de economische groeigolf van de jaren negentienzestig volgde de economische crisis van de jaren negentienzeventig.

Lees verder
2022
2022-11-30
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

boom

1) (1902) (inf.) borrel. • Dat de dronkenschap in ons vaderland eene.. .. geliefkoosde volkszonde is — men zou het haast opmaken uit het buitengewoon aantal uitdrukkingen en spreekwoorden, die op de dronkenschap betekking hebben. Hoeveel namen heeft niet ons volk „voor een teugje sterken drank." Een borrel, een slok,...

Lees verder
2021
2022-11-30
Blockchain

Blockchain woordenboek

Boom

boom is de periode waarin plotselinge stijging van de waarde van een cryptocurrency of van de hele crypto market plaatsvindt.

2019
2022-11-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

boom

boom - Zelfstandignaamwoord 1. (plantkunde) een meerjarige plant die als karakteristiek heeft dat hij één of meer verhoute stammen heeft De meeste bomen komen voor in de tropen en subtropen. Per jaar worden er zo'n 15 miljard bomen gekapt. Daarvoor worden er slechts 5 miljard terug geplant. ...

Lees verder
2018
2022-11-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

boom

boom - zelfstandig naamwoord 1. plant met stevige stam waaraan takken groeien ♢ in onze tuin staat een hoge boom 1. een boom van een vent [een grote stevige man] 2. hoge bomen v...

Lees verder
2017
2022-11-30
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Boom

1. Geeft aan waar de naamdrager woonde: bij een bepaalde boom, waarmee mogelijk ook een slagboom kan zijn bedoeld (van een tol). 2. Bijnaam bij vergelijking met het zelfstandig naamwoord 'boom' voor een groot, fors persoon. 3. Beroepsbijnaam van de slagboomwachter of van de man die de kettingboom windt, die opboomt.

Lees verder
2017
2022-11-30
Televisiemakers

Jargon & Slang van Televisiemakers

Boom

Boom - (Eng.) erg lange microfoonhengel, gebruikt door de geluidsman. Stelt deze laatste in staat om dichter bij de acteurs te komen, zonder zelf in beeld te komen. De positie van de microfoon kan hiermee erg flexibel geregeld worden. De Nederlandse term is hengel.

2008
2022-11-30
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

boom

→ balk

2005
2022-11-30
Autosport ABC

Autosport ABC door Rob Wiedenhoff

Boom

Formule Vee-coureur Robert Boom bouwde in 1968 drie Formule Vee monoposto's, op VW-basis, onder eigen naam.

2003
2022-11-30
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

boom

boom - Engelse term om in de effectenwereld een snelle en ononderbroken stijging van bijvoorbeeld de aandelenkoersen aan te geven. Men spreekt dan van een ‘booming market’. In de economie spreekt men van een boom bij een snelle en ononderbroken toename van de economische activiteit.

2002
2022-11-30
Funerair Lexicon

Encyclopedisch woordenboek over de dood (2002)

Boom

Een boom waarvan de taleken zich meestal buigen naar de rechterzijde, is een symbool dat aangeeft dat de overledene wel de storm des tijds heeft doorstaan, maar niet gebroken is.

2000
2022-11-30
Bijgeloof

Lexicon van het Bijgeloof

Boom

Toen Adam van de verboden boom der kennis had gegeten, was het voorbij met het heerlijke leven. Verbannen uit het paradijs moesten de nakomelingen van de stamvader zich in leven houden in de onherbergzame wereld daarbuiten. Bomen bleven daarbij echter een belangrijke plaats opeisen. In de Edda heeft men het over een machtige es, de levensboom yg...

Lees verder
2000
2022-11-30
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Boom

Boom der kennis (van goed en kwaad), boom in het paradijs die de sleutel tot de wijsheid vormde; (fig.) bron van kennis en bewustzijn. Boom des levens, boom die het eeuwige leven geeft; (fig.) bron van leven, van levenskracht en van de voortzetting van het leven. God plantte in de hof van Eden de ‘boom der kennis van goed en kwaad’, waarvan Adam e...

Lees verder
1998
2022-11-30
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Boom

zie ook hoog in de boom gaan zitten: 1. aan de - schudden,wielerslang voor het voortdurend demarreren, waardoor het peloton als blaren uiteendwarrelt. In het Franse wielerar- got noemt men dit sonner les cloches. Adri van der Poel - weer hij - ging nog maar eens aan de boom schudden. (De Morgen, 23/01/89) Negentig kilometer voor de finish besloot...

Lees verder
1997
2022-11-30
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

boom

De modale nuance die uitgedrukt wordt in de verwensingen je kunt (voor) mij de boom, bomen in en je kunt de (hoogste) boom in! is ‘je kunt opvliegen, ik ben absoluut niet in je geinteresseerd’. De verwensingen drukken met andere woorden woede en andere frustratie uit. Als uiting van die woede en frustratie geeft een zegsman uit A...

Lees verder
1994
2022-11-30
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Boom

[Eng.] 1 plotselinge stijging van de beurskoersen; 2 grote vraag naar een artikel, produkt; 3 tijd van grote bloei in het zakenleven.

Lees verder
1993
2022-11-30
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Boom

plotselinge koersstijging (hand.); plotselinge vraag naar een artikel; tijdelijke opleving van de handel

1992
2022-11-30
Symbolen

Hans Biedermann

boom

(algemeen). Daar hij in de aarde wortelt, zijn takken echter naar de hemel wijzen, is hij net als de mens een tot twee werelden behorend, tussen boven en onder bemiddelend wezen.

1990
2022-11-30
BDI

BDI terminologie

boom

aan Porphyrius ontleende illustratie van de in classificatie toegepaste methode van bifurcatie.

1989
2022-11-30
Journalistiek

Journalistiek begrippenlijst

Boom

hengel met microfoon.