Wat is de betekenis van bezem?

2020
2022-06-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

bezem

voorwerp om mee te vegen. gebruiksvoorwerp dat bestaat uit een lange steel met daaraan een bundel twijgen of langharige borstel zodat de vloer of grond ermee geveegd kan worden. Voorbeelden: 'Is er een bezem?' riep ze, 'dan maak ik het terras schoon.' Oek de Jong, Hokwerda's kind, 2002 Ik zette enkele...

Lees verder
2020
2022-06-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

bezem

1) (2010) (jeugd) meisje dat zich als een slet gedraagt. • Online-sekswoordenlijst. Sneaky Hat: jongeren maken een naaktfoto van zichzelf en bedekken de edele delen met een hoed of pet. Brooming (bezemen): jongeren downloaden foto's van meisjes, typen er vulgaire teksten bij en posten dat op internet. Bezems: daarmee worden meisjes bedoeld die...

Lees verder
2019
2022-06-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bezem

bezem - Zelfstandignaamwoord 1. (gereedschap) (huishouden) een huishoudelijk voorwerp om stof en vuil bij elkaar te vegen Met een bezem veeg je vooral grof vuil bij elkaar. bezem - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bezemen ♢ Ik b...

Lees verder
2018
2022-06-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

bezem

bezem - zelfstandig naamwoord uitspraak: be-zem 1. werktuig met lange steel, om te vegen ♢ met deze bezem veeg ik de stoep schoon 1. hij heeft de bezem erdoor gehaald [opruiming gehouden]...

Lees verder
2000
2022-06-25
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Bezem

Met bezemen keren, overhoop halen en vervolgens opruimen; grondig schoonmaken (van een huis of vertrek). In deze uitdrukking is keren niet het ons bekende werkwoord met de betekenis ‘omdraaien’, maar een ander, nu verouderd werkwoord dat ‘vegen’ betekent. In de Liesveldtbijbel (1526) en de Deux-Aesbijbel (1562) staat nog keren zonder meer, wat dest...

Lees verder
1998
2022-06-25
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Bezem

slik een - platte verwensing in de zin van ‘ik denk er niet aan; loop naar de pomp’.

Lees verder
1992
2022-06-25
Symbolen

Hans Biedermann

bezem

een werktuig waaraan al vroeg toverkracht en symbolische betekenis werden toegedacht. Het sprookje van de toverleerling, die een bezem in een waterdrager verandert waarna zijn meester hem uit zijn penibele situatie moet bevrijden, gaat terug op Egyptische motieven.

1973
2022-06-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Bezem

m. (-s), werktuig om te vegen, meestal gevormd door een bundel of bundels dunne rijzen of haren; tegenwoordig ook vaak van kunststof gemaakt: straatvegers hebben een grote bezem; (bijbels) met bezemen keren, schoonvegen; nieuwe bezems vegen schoon, (van bedienden, beambten gezegd) in het begin doen zij hun best, zijn zij ijverig; ook: nieuwe maatre...

Lees verder
1954
2022-06-25
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Bezem

(volkskunde) In Twente had men een wonderlijk oud gebruik. Men bracht op Kerstavond een b. naar de schuurdeel; het moest een berken-b. zijn, die nog nooit gebruikt was. Hij werd onder het slop gelegd, de ruimte in de schuur, die toegang geeft tot het daarboven opgestapelde koren. Soms plaatste men boven de b. een tafel. En dan telde men op Kerstmor...

Lees verder
1952
2022-06-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Bezem

s., biezem; met degereinigd, biezemskjin.

1950
2022-06-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Bezem

m. (-s), 'werktuig om te vegen, meestal gevormd door een bundel of bundels dunne rijzen, of haren : straatvegers hebben een grote bezem ; (bijb.) met bezemen keren ; een bezempje voor de lampeglazen; — (spr.) nieuwe bezems vegen schoon, (van bedienden, beambten enz. gezegd) in het begin doen zij hun best, zijn zij ij...

Lees verder
1937
2022-06-25
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

bezem

m. bezems, bezempje (werktuig om te vegen, van rijs of heidestruik, ook van haar); een stalbezem; een bezempje om lampeglazen schoon te maken; zegsw. (Bijbel) met bezemen keren, goed reinigen; de bezem in de mast voeren, gesch. ten teken, dat men de zee van vijanden heeft schoongeveegd; spreekw. Nieuwe bezems vegen schoon, a) nieuwe dienstboden. am...

Lees verder
1898
2022-06-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Bezem

BEZEM, m. (-s), werktuig om te vegen, meestal van dunne rijzen, of met haren straatbezem-, kamerbezem; bezempje voor de lampeglazen; — (spr.) nieuwe bezems vegen schoon, (van bedienden, beambten enz. gezegd) in het begin doen zij hun best, zijn zij ijverig; (ook) nieuwe maatregelen werken in den aanvang goed; (scherts, soms ook) nieuwe kennis...

Lees verder