Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

Gepubliceerd op 01-10-2021

bezem

betekenis & definitie

1) (2010) (jeugd) meisje dat zich als een slet gedraagt.

• Online-sekswoordenlijst. Sneaky Hat: jongeren maken een naaktfoto van zichzelf en bedekken de edele delen met een hoed of pet. Brooming (bezemen): jongeren downloaden foto's van meisjes, typen er vulgaire teksten bij en posten dat op internet. Bezems: daarmee worden meisjes bedoeld die zich in de ogen van jongeren als een 'sletje' gedragen. Fakers: mensen die nepfoto's of nepfilmpjes gebruiken en doen alsof ze iemand anders zijn. Players: niet serieuze versierders die je uit de kleren proberen te praten. (Trouw, 11/01/2012)
• Sommige meisjes komen volgens Meldpunt Kinderporno in de problemen (foto’s van naakte minderjarigen vallen automatisch onder de noemer kinderporno), omdat ze na publicatie van seksueel getinte beelden gechanteerd of zwaar gepest worden. Men noemt hen hoer, slet of – na banga de nieuwste straatvariant – bezem. Op internet zie ik knullig in elkaar gezette filmpjes van ‘bezems’, meisjes die sexy poseren, begeleid door hiphopmuziek met teksten als ‘hele vieze meid – iedereen gepijpt – dat is een feit – ja je bent een bezem voor life’. (Sunny Bergman: Sletvrees. Inzoomen op uiterlijk, seks en cultuur. 2013)

2) (2010) (jeugd, scheldw.) sukkel.

• ‘Bezem’ is straattaal voor ‘hoer’ of ‘sukkel’. Deze vorm van cyberpesten is al een tijdje gaande, maar wordt door hulpverleners niet herkend als pesterij. Pesten is van alle tijden, maar de manier waarop neemt steeds grilligere vormen aan. Bij een bezemfilmpje plukken jongeren foto’s van de Hyves- of Facebook-pagina van het slachtoffer, zetten deze in een filmpje met beledigende of bedreigende teksten en plaatsen het vervolgens op YouTube. Daar wordt het vervolgens honderden keren bekeken, tot het zo ver gaat dat de slachtoffers er in het ‘offline leven’ ook last van hebben. (http://blog.youngworks.nl, 21/09/2010)

3) (spot.) lang meisje.

• Bessem: Meisje, lang van gestalte en wier kleeren los aan ’t lijf hangen. In de uitdrukking ‘ne gekleeden bessem. Corn Vervl A 1573. Volgens Corn Vervl 217 is bessen dialectisch voor bezem. Hier moet speciaal de steel bedoeld zijn. Bezem- steel wordt ook overdrachtelijk gebruikt voor “lang, mager mensch” (Van Dale sv) het WNT kent bezem als smaadnaam in een andere betekenis. BSS 45. Bessem (beìssem): Vrouw die vaak op rak is. Die bessem zou beter de waas kunnen gaan doen. Afleiding van bessemen. RW I 351. (Casper van de Ven: De Brabantse spot- en scheldnamen. 2013)

4) (2008) (voetb.) speler die aanvallen van de tegenpartij afbreekt.

• De jojo van dienst tussen verdediging en middenveld. Schoof na de blessure van Torres vaker door naar het middenveld. Wierp zich niet alleen op als leider van de organisatie, maar vooral als bezem van dienst. Met name bij de vele ballen die achter de defensie werden gedropt ging zijn voetje telkens de lucht in. (Het Nieuwsblad, 16/10/2008)