Wat is de betekenis van bezemsteel?

2022
2023-01-27
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

bezemsteel

1) (19e eeuw) (scheldw.) lang, stijf persoon. Vooral in de verbinding: 'een aangeklede bezemsteel'. In het Zaans is bezemstaal al lang een benaming voor een magere vrouw (Boekenoogen). • ‘Wel, dat is die lange, dunne, magere, schrale bezemsteel van een schoolmeester uit de Vrouwenstraat! (Pieter Louwerse: Vlissinger...

Lees verder
2020
2023-01-27
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

bezemsteel

Het begrip bezemsteel heeft 2 verschillende betekenissen: 1) steel van een bezem. steel van een bezem. 2) lang, mager persoon. iemand die lang en mager is; lang, mager persoon.

Lees verder
2019
2023-01-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bezemsteel

bezemsteel - Zelfstandignaamwoord 1. de lange stok waaraan de borstel van een bezem bevestigd is Woordherkomst samenstelling van bezem en steel

Lees verder
2010
2023-01-27
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

bezemsteel

bezemsteel: merkwaardig ploegleidersattribuut dat vroeger al eens dienst kon doen om tijdens een tijdrit de renner vanuit de ploegwagen voort te duwen. De bezem werd hiertoe al rijdend onder het zadel geschoven. Wegens het gebrek aan koerscommisseren werd dit zelden opgemerkt.

2007
2023-01-27
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

bezemsteel

lang, stijf persoon. In het Zaans is ‘bezemstaal’ al lang een benaming voor een magere vrouw (Boekenoogen). Wel, dat is die lange, dunne, magere, schrale bezemsteel van een schoolmeester uit de Vrouwenstraat! (Pieter Louwerse, Vlissinger Michiel, 1880)

Lees verder
1973
2023-01-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Bezemsteel

m. (-stelen), steel van of voor een bezem; (fig.) lang mager mens; hij heeft een bezemsteel doorgeslikt, hij is erg houterig; je wil staat achter de deur met de bezemsteel (of: bezemstok), je hebt niets in te brengen, je hebt maar te doen wat gezegd wordt.

1952
2023-01-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Bezemsteel

s., biezemstôk.

1950
2023-01-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Bezemsteel

m. (...stelen), steel van een bezem ; (fig.) lang mager mens ; hij heeft een bezemsteel doorgeslikt, hij is erg houterig.

1937
2023-01-27
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

bezemsteel

m. bezemstelen (fig. lang, mager mens).

1930
2023-01-27
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

bezemsteel

('be:zəm) m. (...stelen) 1. Eig. stok van een bezem : hij heeft een – doorgeslikt, gezegd van een erg mager en stijf mens. 2. Metf. lang mager mens.

Lees verder