Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

bezem

betekenis & definitie

bezem - zelfstandig naamwoord
uitspraak: be-zem

1. werktuig met lange steel, om te vegen
♢ met deze bezem veeg ik de stoep schoon
1. hij heeft de bezem erdoor gehaald
[opruiming gehouden]
2. nieuwe bezems vegen schoon
[wie pas ergens werkt heeft vaak een frisse kijk op de zaak]

Zelfstandig naamwoord: be-zem
de bezem
de bezems
het bezempje