Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 08-09-2024

pap

betekenis & definitie

1) (1992) (inf.) (meestal verkleinvorm) sperma.

Ze zei: 'Na je heengaan maakten ze me alle drie samen zo heet, dat ik niet meer wist waar ik lag en spoten ze me de een na de ander hun papje op... het kwam soms nog uit me kut navloeien, als ik reeds in het hotelletje bij moeder was ... (Louis Paul Boon: Eens, op een mooie avond. 1992)

2) (2024) (straattaal) geld. Syn.: doekoe*.

• Als je bij mij gaat werken ga je echt pap krijgen. Als je bij mij gaat werken ga je echt geld verdienen. Pap: geld. (Straattaal Scheurkalender 2025)

< >