Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

Gepubliceerd op 07-10-2020

heet

betekenis & definitie

1) (1980+) (politie) (bijv. van een bericht) net verspreid of uitgegeven.

• Aan de stem van de mobilofoniste hoorden we dat het menens was. Wij noemden zoiets ook wel een 'heet bericht', dat al wordt doorgegeven terwijl de beller nog aan de lijn is. (Frans Kwantes & Fred Hollinga: 3.0.3. is ter plaatse. 1986)

2) (1990) (muz. jeugd) opwindend; erg goed; trendy. Vooral m.b.t. muziek. Vertaling van het Engelse 'hot' dat in dezelfde zin wordt gebruikt.

• De aanwezigheid van De Dijk blijkt positief te werken -naar de thuismarkt toe, dan. Dankzij Hollands heetste groep zijn de media massaal naar New York getrokken. (Haagse Post, 28/07/1990)
• We kunnen je linken aan de heetste rappers uit Frankrijk, HGB bijvoorbeeld. (Dieuwertje Heuvelings: Auxiety. 2020)

3) (1992) (beurs) gezegd van aandelen die op hun topkoers staan. Vgl. Eng. hot issue. Vb.: Mijn Petro's (aandelen van Petrofina) zijn heet.

• (Marc De Coster: Woordenboek van Jargon en Slang. 1992)

4) (16e eeuw) (inf.) wellustig, geil. Reeds bij Bredero. Zie ook: heet in de broek.

• Zij is zoo heet als peper (H. en V. D.), of: als vuur (A.). Zij is zoo heet dat gij er u zoudt aan (ver)branden (A.). Zoo gij er een steksken (fosfoortje) aan staakt, ze schoot in brand (A.). (A. de Cock: Spreekwoorden en Zegswijzen over de Vrouwen, en Liefde en het Huwelijk. 1911)
• Ze was heet, heel eenvoudig heet en verlangde naar zijn strelingen. (André Verhaeghe: De gelofte. 1970)
• Ik had het reeds vernomen, het was een bioskoop waar men de films afrolde die ik haar zélf "hete films" hoorde noemen. (Louis Paul Boon: Eros en de eenzame man. 1980)
Nukkig rukte ik mijn beurs open terwijl ze mijn lat tussen haar dijen liet rollen. Ze maakte me heerlijk heet. (Heere Heeresma: Een hete ijssalon. 1982)
• Samuel en die Flippa natuurlijk. Jezus wat waren die heet op elkaar. (Jessica Durlacher: Het geweten. 1997)

5) (1937) (Barg.) gierig, schraapachtig.

• (E.G. van Bolhuis: De Gabbertaal. 1937)

6) [(politie) (gezegd van misdadigers) in beeld, onder observatie.

• In telefoontjes met Rami zelf zou Hicham M. kort na de liquidatie hebben opgemerkt dat hij ‘heet’ was (mogelijk in beeld bij de politie). (Paul Vugts: Afrekeningen. 2017)

7) (Landgraaf, Barg.) duur.

• (Paul Van Hauwermeiren: Bargoens zakwoordenboek. 2011)