Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Gepubliceerd op 20-04-2017

2017-04-20

Popper, Karl R

betekenis & definitie

1902-. Oostenrijks wetenschapsfilosoof en politiek filosoof, geboren in Wenen. Hij had in zijn jeugd contacten met de Wiener Kreis (zie positivisme), verhuisde naar Nieuw Zeeland en later naar Engeland, waar hij in Londen doceerde. Popper meent dat een uitspraak, wil zij wetenschappelijk en niet metafysisch zijn, falsifieerbaar moet zijn, maar hij verwerpt niet, zoals de logisch positivisten, metafysische uitspraken als betekenisloos.

Zijn wetenschapsfilosofie is gebaseeerd op de hypothetisch-deductieve methode (zie inductie). Popper beschouwt enumeratieve inductie als ongeldig, meent zelfs dat zij in feite niet voorkomt, terwijl verificatie en confirmatie (in tegenstelling tot zijn eigen ‘corroboratie’) onmogelijk zijn. Zoals we volgens zijn wetenschapsfilosofie ernaar dienen te streven onwaarheid te elimineren veeleer dan waarheid vast te stellen, zo moeten we er, min of meer analoog, volgens zijn politieke filosofie naar streven het slechte te elimineren veeleer dan het goede tot stand te brengen. The Logic of Scientific Discovery, 1959 (oorspr. Logik der Forschung, 1934). The Open Society and lts Enemies, 2 delen, 1945 (De vrije samenleving en haar vijanden, 1950). The Poverty of Historicism, 1957 (De armoede van het historicisme, 1967). Conjectures and Refutations, 1963 (keuze hieruit: De groei van kennis, 1978). Unended Quest, 1976 (Autobiografie, 1978). Zie ook basisuitspraken, begrip, conventionalisme, historicisme, instrumentalisme,
vrije wil, waarschijnlijkheid.