Valcke betekenis & definitie

Valcke (Jacob), een verdienstelijk Nederlandsch staatsman, waarschijnlijk geboren te Goes tusschen 1530 en 1540, werd in 1575 secretaris van Goes en zag zich met drie zijner stadgenooten in 1577 afgevaardigd, om met prins Willem I over de satisfactie der stad te onderhandelen. Kort daarop werd hij pensionaris van Goes en nam in 1579 deel aan de Unie van Utrecht. Voorts werd hij lid van het collegie van gecommitteerde raden in Zeeland en behoorde na den dood van prins Willem I tot het gezantschap, dat eerst den Koning van Frankrijk en daarna koningin Elisabeth het oppergezag over de Nederlanden aanbood.

Hij was lid van den Raad van State, maar nam daaruit zijn ontslag bij de komst van Leycester, zag zich bij herhaling met gewigtige zendingen belast, werd in 1590 ontvanger-generaal van Zeeland, vertegenwoordigde bij verschillende gelegenheden buiten 's lands de Algemeene Staten, bevorderde de uitrusting van schepen tot het zoeken van eene noord westelijke doorvaart, en vertrok in 1601 met Oldenbarneveldt naar Frankrijk en twee jaar later met dienzelfden staatsman naar Engeland, waar hij den 2den Junij 1603 overleed. Zijn stoffelijk overschot werd te Goes ter aarde besteld en met een steen gedekt, die bij een brand van 1618 vernield, maar in 1844 vernieuwd werd. Hij was heer van Oats en Wolfaartsdijk.

Laatst bijgewerkt 20-08-2018