T betekenis & definitie

T is de negentiende letter van ons alphabet en draagt in het Grieksch en Hebreeuwsch den naam van tau. Bij hare uitspraak kan het bovengedeelte der tong tot het gehemelte naderen (of dit aanraken, dorsale articulatie) of de punt der tong zich naar de tandkassen der bovenkaak ombuigen (alveolaire articulatie) of de voorste zoom der tong zich lepelvormig ombuigen en zich naar het harde gehemelte achter de tandkassen der bovenkaak verheffen (cerebrale articulatie). De eerste articulatie is vooral in ons Vaderland in gebruik, alsmede in Midden- en Zuid-Duitschland, de tweede in Noord-Duitschland en de derde in Engeland. Het schrijven van th is in onze taal eigenlijk eene overtolligheid, daar die beide letters in den regel als t worden uitgesproken, en deze veelal reeds eene zeer geringe adspiratie heeft, welke zij in Frankrijk mist, terwijl zij in Engeland gelispeld wordt.

Als getalteeken is de Grieksche T' = 300 en /r = 300000, — de Romeinsche T = 160 en T = 160000. Als verkorting beteekent T den Romeinschen voornaam Titus, — in den handel tarra en bij het aanhalen van geschriften tomus (deel). Ta is in de scheikunde het teeken voor tantalium.

Laatst bijgewerkt 20-08-2018