Taaffe betekenis & definitie

Taaffe (Eduard, graaf), een Oostenrijksch staatsman, geboren te Praag den 24sten Februarij 1833, werd met den tegenwoordigen Keizer opgevoed, trad als ambtenaar in dienst en zag zich, na het waarnemen van verschillende betrekkingen, in 1867 tot stadhouder van Opper-Oostenrijk en in Maart van dat jaar tot minister van Binnenlandsche Zaken benoemd. Reeds had hij in 1865—1866 zitting gehad als afgevaardigde naar den Boheemschen Landdag en tot de verdedigers der grondwet behoord. Tegen het einde van Maart kozen de fideicommissaire grondbezitters van Bohemen hem tot hun vertegenwoordiger, en in April werd hij lid van den Rijksraad.

Toen men in December van dat jaar onderhandelde over de benoeming van een parlementair ministérie in de Cis-Leithaansche landen, werd von Taaffe minister van Verdediging en van Openbare Veiligheid, alsmede plaatsvervanger van den minister president Carlos Auersperg. Toen deze in den herfst van 1869 aftrad, was von Taaffe tot 15 Januarij 1870 eerste minister. Van 12 April 1870 tot 7 Februarij 1871 was hij weder minister van Binnenlandsche Zaken en werd daarop stadhouder van Tyrol.

Laatst bijgewerkt 20-08-2018