Raadt betekenis & definitie

Raadt (Petrus de), een verdienstelijk Nederlandsch opvoedkundige, geboren omstreeks het jaar 1795 te Rotterdam, waar zijn vader de betrekking van onderwijzer bekleedde, gevoelde reeds vroeg eene groote neiging tot het vak zijns vaders, zoodat deze hem naar Halle zond, waar hij zijne studiën onder de leiding van beroemde opvoedkundigen, vooral van Niemeyer, voortzette. Hij bleef er 3 jaar en verwierf er den doctorstitel op eene „Dissertatio sistens comparationem principiorum educationis apud Romanos et recentioris artis paedagogicae auctores”, doorreisde vervolgens Duitschland, Zwitserland en Frankrijk om zijne opvoedkundige kennis te vermeerderen, vestigde daarna in 1820 bij Voorschoten het opvoedingsgesticht Noorthey, vormde er eene menigte kweekelingen, hoofdzakelijk uit de aanzienlijkste standen, en overleed op den huize Klein-Stadwijk bij Voorschoten den 10den April 1862. Behalve een groot aantal bijdragen in tijdschriften schreef hij: „Brief over de wetten op het lager onderwijs aan den Heer J. Corver Hooft (1829)”, — „De wetten op het lager onderwijs in het koningrijk der Nederlanden, geschiedkundig beschouwd als een eigendom der Noord-Nederlanders, en de geest en strekking dier wetten opvoedkundig verdedigd (1829)”, — „Het gymnasium als stedelijke inrigting beoordeeld (1839)”, — „Lager onderwijs in Engeland en in ons Vaderland (1840)”, — „Een drietal bedenkingen van mr. Groen van Prinsterer beantwoord (1842)”, — en „Noorthey in 1849 (1849)”.

Laatst bijgewerkt 14-08-2018