Nabataeërs betekenis & definitie

(Nabajoth) Deze Semietische stam in Steenachtig Arabië, met Petra als hoofdstad, telde tegen het einde der 4de eeuw vóór Chr. ongeveer 10000 hoofden van gezinnen. Zij onderscheidden zich door dapperheid, vrijheidsmin, een grooten rijkdom van kameelen en schapen en een aanzienlijken handel met de voortbrengselen van Gelukkig Arabië.

Zij verdrongen allengs de Midianieten, Amalekieten en Edomieten uit hunne woonplaatsen en strekten hunne heerschappij uit naar het zuiden van het Arabische schiereiland. Hunne staatsregeling was eene beperkt-monarchale, en hunne opperhoofden droegen den naam van koningen. Hunne godsdienst was het Sabaeismus. Zij voerden oorlog tegen de koningen van Syrië en tegen de Maccabaeën. Pompejus was in 63 vóór Chr. de eerste Romein, die doordrong op hun gebied, en Antonius schonk een gedeelte daarvan aan Cleopatra, zoodat Malchus II, koning der Nabataeërs, enkel uit dwang deel nam aan den strijd van Antonius tegen Octavianus. Koning Aretas V, hoewel de schoonvader van Herodes Antipas, maakte gebruik van de onderlinge verdeeldheid der Israëlieten, om invallen te doen in Palaestina. Het rijk der Nabataeërs nam een einde onder Trajanus (105 na Chr.).

Laatst bijgewerkt 10-08-2018