Nablus betekenis & definitie

Nablus of Nabulus (eene verbastering van Neápolis of Nieuwstad), in den bijbel Sichem genaamd, en later ter eere van keizer Flavius Vespasianus ook Flavia Neápolis of enkel Neápolis geheeten, is thans de hoofdstad van eene Turksche liwa in Palaestina, tot het ejaleet van Sidon behoorend. Die stad is de zetel van een pasja of bey en ligt 71/2 geogr. mijl ten noorden van Jerusalem in eene welbesproeide, vruchtbare dalvlakte tusschen den Ebal en den Gerizim, beide bijna 1000 Ned. el hoog.

Men vindt er 5 moskeeën, onderscheidene synagogen, eene Grieksche kerk, een Grieksch klooster, aanzienlijke huizen, 3 bronnen, vele tuinen en 13000 (volgens anderen 14 tot 20000) inwoners, bijna allen Mohammedanen. Intusschen heeft men er nog 140 Samaritanen, die op den berg Gerizim offeranden brengen, eene afzonderlijke wijk bewonen en zich met handel bezig houden. De stad ligt aan den grooten weg tusschen Damascus en de zee. De bevolking vervaardigt zeer gezochte soorten van zeep, wollen dekens, handdoeken en lederen tabakszakken. Men meldt, dat de plantengroei in geheel Palaestina nergens zoo weelderig is als te Nablus. Men verbouwt er olijven, vijgen, katoen, amandels, moerbeziën en vooral watermeloenen.

De laatste worden in groote hoeveelheid naar Damascus vervoerd. De Jakobsbron des Bijbels ligt ten zuidoosten van de stad tusschen de puinhoopen eener kerk; zij is 20 Ned. el diep, doch thans zonder water. Niet ver vandaar wordt ook het graf van Jozef aangewezen. In den zuidelijken rotswand van den Ebal vindt men een groot aantal grafspelonken. Slechts 1/4de geogr. mijl ten noordwesten van Nablus, in een bevallig oord, vindt men het dorp Sebastijeh op de plek van het aloude Samaria.

Laatst bijgewerkt 10-08-2018