Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 09-08-2018

Luik

betekenis & definitie

Luik (Leodium), thans veelal Liège geheeten, is de naam van eene Belgische provincie en grenst in het noorden aan Nederland en Belgisch Limburg, in het oosten aan Pruissen, in het zuiden aan de provinciën Luxemburg en Namen en in het westen aan laatstgenoemde provincie en aan Brabant. Zij telt op 52ya geogr. mjjl ruim 635000 inwoners en bestaat in het zuiden en oosten, waar zij de voortzetting is der Ardennes, uit rotsen, wouden en moerassen, maar in het westen uit eene vruchtbare vlakte, door de Maas bespoeld. De bodem levert er steenkolen, ijzer, aluin, kalk- en hardsteen en marmer.

Ook vindt men er minerale bronnen, onder welke die van Spa en Chaudfontaine eene groote vermaardheid bezitten. Er zijn vele ijzergieterijen, smederijen, fabrieken van ijzeren en stalen voorwerpen, katoenspinnerijen en weverijen. De provincie is verdeeld in de arrondissementen Luik, Hoei (Huy), Verviers en Waremme.

De hoofdstal draagt desgelijks den naam van Luik (Liège) en ligt bij de plek, waar de Maas en de Ourthe zich vereenigen, gedeeltelijk op heuvels en gedeeltelijk in de vlakte. De Maas verdeelt haar in de Bovenstad of Oude stad en in de Benedenstad of Nieuwe stad. De straten van eerstgenoemde zjjn eng en morsig, maar de nieuw-aangebouwde buitenwijken zjjn ruim, luchtig en regelmatig aangelegd. Over de Maas liggen er 3 bruggen, en van de merkwaardigste gebouwen vermelden wij: de grootsche St. Jakobskerk, gewjjd in 1016, herbouwd in 1522, met prachtig beschilderde glazen in de vensters van het hooge koor,— de St. Paulus-kerk, voltooid in het midden der 16de eeuw, met een sierlijken kansel, met houtsnijwerk van Oeefs, — de Bartholomaeus-kerk, eene basilica uit de 12de eeuw (gewijd in 1015) met 2 Byzantjjnsehe torens en een merkwaardig koperen doopbekken uit de 12de eeuw, — de Martinuskerk, in het midden der 16de eeuw vernieuwd, — het paleis van Justitie, te voren de residentie van den Vorst-Bissehop, enz. Luik is de zetel van een provincialen gouverneur, van een hof van appél en van eene staatsuniversiteit, en telt 116000 inwoners. Genoemde universiteit, in 1811 door de Nederlandsehe Regéring gesticht en met eene éeole des mines en eene école des arts et manufactures verbonden, telt meer dan 800 studenten en bezit een fraai gebouw met de noodige gehoorzalen en muséa; ook heeft men er een botanischen tuin.

Daarenboven is er een Koninklijk gymnasium en een gesticht voor doofstommen. Voorts vindt men er belangrijke fabrieken van laken, wollen stoffen en geweren , alsmede eene geschutgieterij, eene zinkfabriek, loojjerijen, lijmkokerijen, cichoreifabrieken, talrijke wapenfabrieken, eene fabriek van vijlen en aanbeelden en onderscheidene spijkerfabrieken. De handel wordt er ongemeen begunstigd door de scheepvaart op de Maas en de spoorweg-verbindingen met Brussel, Antwerpen, Namen enz. Men heeft er trouwens eene beurs, eene kamer van koophandel en eene handelsregtbank. Bezienswaardig is er de Passage-Lemonnier, eene overdekte bazar met talrijke winkels. — Men vindt deze stad reeds vermeld in de 8ste eeuw, toen de bisschoppen van Tongeren hunnen zetel van Maastricht derwaarts verplaatsten. Weldra breidde zij zich uit en genoot veel welvaart, zoodat de vrijheidlievende burgers bij herhaling strijd voerden tegen de bisschoppen, waarbjj zij door het naburige Frankrijk werden ondersteund.

Karei de Stoute, den bisschop de hand biedend, veroverde haar in 1467, sloopte hare muren en roofde haar geschut, en ook Maximiliaan I moest als aartshertog haar tot tweemaal toe met geweld van wapens tot onderwerping brengen. Door de Franschen werd zjj in 1675, 1684 en 1691 en door Marlborough in den Spaanschen Successie-oorlog in 1702 ingenomen. Reeds in November 1792 werd Luik door de Franschen bezet, doch in Maart 1793 ontruimd, en eerst den 27sten Julij 1794 door Piehegru en Jourdan op nieuw veroverd. Bjj de revolutie in 1830 behoorde zjj tot de eerste steden, die afvallig werden van den Koning der Nederlanden, en ook later vond men er steeds ijverige voorstanders van een anti-clericaal liberalismus. —Het bisdom Luik, te voren tot het district Westfalen behoorende, terwijl zjjne bisschoppen Duitsche rijksvorsten waren, werd in 1794 door de Franschen bezet, bjj den Yrede van Luneville aan Frankrijk afgestaan en daarna verbrokkeld aan eenige Fransche departementen toegevoegd. Door een besluit van het Weener Congrès en door een afzonderlijk verdrag van 23 Maart 1815 werd het met de overige Zuid-Nederiandsehe provinciën als een souverein vorstendom Luik aan den Koning der Nederlanden toegewezen en vormde, nadat eenige gedeelten daarvan bij de provinciën Henegouwen, Namen en Limburg getrokken en andere gedeelten van Limburg, Luxemburg en Namen daaraan toe gevoegd waren, eene provincie van het koningrijk der Nederlanden, welke door de revolutie van 1830 aan België verviel.