Loterij betekenis & definitie

Loterij (De) of de Telassenhtery is een opmerkelijk hazardspel, niet alleen omdat steeds velen daaraan deelnemen, maar ook omdat zij gewoonlijk onder het beheer van den Staat is gesteld. Zij kwam eerst tegen het einde der middeneeuwen in zwang en werd aanvankelijk, ook nog in de 16de eeuw, tot weldadige oogmerken of voor zaken van algemeen belang aangewend. De eerste loterij te Londen had plaats in 1569 en haar overschot was bestemd tot onderhoud der zeehavens, en 3 jaren later bragt men te Parijs eene loterij tot stand ten behoeve van arme jonkvrouwen.

Toen vervolgens de regéringen gedurig meer geld noodig hadden, namen zij de loterij als staatsmonopolie in beslag en verboden de deelneming aan buitenlandsche loterijen. Slechts bij uitzondering mogten met bepaalde weldadige oogmerken andere loterijen worden gehouden.

Bij elke loterij heeft men een bepaald aantal loten, die eene zekere winst opleveren; de overige zijn nieten. Het toeval beslist omtrent het lot, dat aan den deelnemer te beurt valt. De prijs van een geheel lot voor alle klassen is gewoolijk vrij hoog, maar men kan van de debitanten en splitters gewoonlijk loten of gedeelten van loten voor bepaalde klassen koopen of zelfs huren. De hoogste prijzen vindt men gewoonlijk in de laatste klasse. Worden niet alle loten verkocht, dan moet de loterij-onderneming de overblijvende voor hare rekening nemen. De winst der onderneming is gelegen in de procenten, die van de getrokken prijzen worden afgehouden — in ons Vaderland 15%.

Alle loterijen zijn uit een zedelijk oogpunt verwerpelijk en moeten in Staten, waar men het heil der burgers behartigen wil, afgeschaft worden. Immers zij vleijen den behoeftige met het bedriegelijk beeld van een schat, welke hem ten deel valt zonder dat hij daarvoor de krachten van ligchaam of geest behoeft in te spannen. Zij verdooven in hem de deugden, die de namen van vlijt en spaarzaamheid dragen, en verlokken hem tot uitgaven, die hem niet voegen. Door te zien op enkelen, die door de fortuin werden begunstigd, gevoelt hij den gevaarlijken hartstogt der speelzucht ontbranden en gewoonlijk wordt deze eerlang zijn dwingeland, die hem niet loslaat vóórdat zij hem uitgezogen en door herhaalde teleurstelling tot wanhoop gebragt heeft. Dat de Staat, om eenige tonnen gouds aan de schatkist te bezorgen, op de ondeugd zijner burgers speculeert, is door niets te regtvaardigen.

In onze eeuw heeft men ook staatsleeningen met loterijen verbonden of loterijleeningen uitgeschreven, om de kapitalisten door het vooruitzigt op eene premie boven de gewone rente tot deelneming aan te moedigen. Ook bij kleine tentoonstellingen worden veelal loterijen tot stand gebragt, zoowel om aankoopen te kunnen doen van de exposanten als om de kosten der onderneming te dekken. Ook geven de gemeentebesturen wel eens verlof aan minvermogende ingezetenen, om zich door eene loterij van door hen vervaardigde voorwerpen te ontdoen. In ons Vaderland heeft inzonderheid sedert een paar jaren de loterij-manie eene groote uitbreiding verkregen, nadat boekhandelaars en sigarenverkoopers hunne pakketten met allerlei premiën en nieten voor een kanslievend publiek in gereedheid hebben gebragt.