Kaak (De) betekenis & definitie

Kaak (De) is eene onteerende straf, of ook wel het instrument, dat tot uitvoering der straf dient. In onze taal heet zij gewoonlijk „te pronkstelling”, in ’t Fransch „le carean”. In het oud-Hollandsche regt was zij niet onbekend; de Fransche Code Pénal, in 1810 hier te lande ingevoerd, behield haar en plaatste haar onder de criminéle, „blootelijk onteerende” straffen, die zoowel als hoofdals als bijkomende straf werd toegepast. Al wie veroordeeld was tot criminéle gevangenistuchthuisstraf zal, alvorens zijne straf te ondergaan, openlijk „aan de kaak” gesteld worden, en daar een uur lang ten toon staan met een bord boven zijn hoofd, waarop met groote leesbare letters zijne namen, beroep, woonplaats, zijne misdaad en zijne straf vermeld staan.

Art. 4 van de wet van 29 Junij 1854 Stbl. N° 102 schafte die straf af, en bepaalt verder in art. 5, dat, waar de straf van de kaak als op zich zelf staande straf is bedreigd, zij vervangen wordt door eene correctionéle gevangenisstraf van 3—5 jaren en ontzetting van sommige burgerlijke- en burgerschapsregten voor vijf tot tien jaren. De geldboete, naast de straf van de kaak bedreigd, wordt met de daarvoor in de plaats getreden straffen toegepast.

Laatst bijgewerkt 08-08-2018